De voorzitter heet de raadsleden welkom op de zitting van de gemeenteraad van 15 december 2025.
Bij aanvang van de zitting wordt een minuut stilte gevraagd naar aanleiding van het overlijden van gewezen raadslid Wilfried Depauw.
Agenda
Er zijn vijf interpellaties toegevoegd aan de agenda van de gemeenteraad:
Er zijn twee voorstellen tot beslissing ingediend voor de agenda van de gemeenteraad, meer bepaald:
Voor wat betreft de voorstellen tot beslissing kondigt de voorzitter aan dat het antwoord van het college van burgemeester en schepenen zich zal concentreren op het eigenlijke voorstel tot beslissing (en niet zozeer op de vragen die er eventueel zijn in verwerkt en die eigenlijk meer thuishoren in een interpellatie).
Verder wijst de voorzitter er op dat er punten staan op de agenda van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn die betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, met name het nieuw elektriciteitscontract. De voorzitter stelt voor om die punten samen te bespreken in de raad waar ze eerst worden behandeld, en dit in toepassing van artikel 20 van het huishoudelijk reglement van de raad (hierna 'HHR'). Zo kan vermeden worden dat verschillende malen hetzelfde debat moet worden gevoerd. Concreet gaat het over volgende punten:
De raad gaat hiermee eenparig akkoord.
Mededelingen
De voorzitter wijst er op dat de gouverneur uitspraak heeft gedaan in drie verschillende klachten van raadslid Carmen Ryheul m.b.t. het beantwoorden van schriftelijke vragen.
De gouverneur heeft beide klachten onderzocht en heeft geconcludeerd dat stad Kortrijk de bepalingen in het HHR rond het beantwoorden van schriftelijke vragen (meer bepaald artikel 45 HHR) correct heeft nageleefd.
De gouverneur wijst het stadsbestuur er wel op dat artikel 31 DLB aan gemeenteraadsleden expliciet het recht toe kent om aan het college van burgemeester en schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen, en dat het HHR de verdere modaliteiten moet bepalen voor de uitoefening van dit vraagrecht, zodat dit prerogatief door de gemeenteraadsleden ten volle kan worden uitgeoefend. En hoewel stad Kortrijk de procedure correct heeft gevolgd, moet hierbij echter steeds gestreefd worden naar het beantwoorden van de schriftelijke vragen binnen de vooropgestelde termijn van 4 weken of eventueel binnen de tweede termijn die het stadsbestuur voorstelt. De gouverneur benadrukt dat het niet de bedoeling kan zijn dat raadsleden steeds een interpellatie moeten indienen op de gemeenteraad omdat de vooropgestelde termijnen om te antwoorden op schriftelijke vragen niet worden nageleefd.
De gouverneur concludeert na onderzoek dat er een fout gebeurde in het softwarepakket van de stad waardoor voor de betrokken schriftelijke vraag geen notificatie werd verstuurd naar de bevoegde dienst, waardoor de bevoegde dienst niet op de hoogte was van de schriftelijke vraag die door het raadslid werd gesteld.
Op het moment dat het raadslid - na ongeveer 5 maanden - heeft gemeld aan de dienst dat ze nog geen antwoord had ontvangen, heeft de bevoegde dienst ervoor gezorgd dat er zo snel mogelijk en binnen de 4 weken een antwoord werd bezorgd.
De gouverneur heeft dan ook beslist dat er geen reden is om een toezichtsmaatregel te nemen of een opmerking te maken.
Raadslid Carmen Ryheul komt terug op de inhoud van haar klachten. Ze benadrukt dat het tijdig en volledig beantwoorden van de vragen van raadsleden één van de basisbeginselen betreft van behoorlijk bestuur, en herhaalt nogmaals de opmerking van de gouverneur dienaangaande. Ze kondigt aan dat ze een nieuwe klacht heeft ingediend omdat ze van oordeel is dat ze op die manier haar controlerende taak als raadslid niet kan uitoefenen. Ze vermeldt tevens dat door de stadsdiensten uitstel werd gevraagd in drie nieuwe schriftelijke vragen, en dit omwille van de kerstvakantie, niettegenstaande de gouverneur heeft gemeld dat uitstel de uitzondering moet blijven. Ze benadrukt dat een gemeenteraadslid niet moet smeken voor informatie, niet maand na maand moet wachten en al helemaal niet telkens een interpellatie of klacht moet indienen om informatie te krijgen. Raadslid Carmen Ryheul signaleert dat ze als oppositiefractie hun taak ernstig vervullen (controleren, bevragen en aandringen) en roept de stad op om structurele verbeteringen aan te brengen.
Raadslid Wouter Vermeersch komt terug op een discussie uit de vorige raadszitting betreffende de zitpenningen van de raadsvoorzitter voor de tweede raadscommissie van november l.l., en verwijst daarbij naar wat er in de krant heeft gestaan. Hij verwacht naar eigen zeggen een formele mededeling aan de gemeenteraad. De voorzitter meldt dat de discussie afgesloten is. Raadslid Wouter Vermeersch dringt nog verder aan.
Goedkeuring notulen
Er worden geen opmerkingen geformuleerd op de notulen van de zitting van 17 november 2025. De notulen zijn derhalve goedgekeurd.
Hamerpunten
Vóór de aanvang van deze zitting werd voor de punten 1 t.e.m. 11, 14, 16, 18, 19, 24, en 33 een bespreking gevraagd. De overige punten zijn hamerpunten en worden door afroeping van hun nummer geacht eenparig te zijn goedgekeurd, meer bepaald de punten :
De APV van de stad betreft een waardevol beleidsondersteunend instrument, dat bij voorkeur periodiek geactualiseerd wordt. Een dergelijke aanpak laat de stad immers toe om haar lokale regelgeving up-to-date te houden in het licht van 1) de maatschappelijke noden en evoluties en 2) wijzigende hogere regelgeving, waarmee lokale regelgeving steeds in overeenstemming dient te zijn.
Het opzet van onderhavige nota valt uiteen in vier componenten :
1) lokale regelgeving aligneren met hogere rechtsnormen
1.1. Gescheiden inzameling van groente-, fruit-, tuin- en keukenafval (afgekort : "gf(t)/keukenafval")
Artikel 22, alinea 1 van de Europese Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen, stipuleert het volgende : "De lidstaten zorgen ervoor dat bioafval uiterlijk 31 december 2023 in overeenstemming met artikel 10, leden 2 en 3, ofwel aan de bron wordt gescheiden en gerecycleerd, ofwel gescheiden wordt ingezameld en niet gemengd wordt met andere soorten afval".
Deze Europese richtlijn werd door het Vlaamse Gewest geïmplementeerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten.
Het Vlaamse Gewest rekent vervolgens op de lokale besturen om voor hun grondgebied een gedegen afvalinzamelingsbeleid uit te werken, dat evenwel steeds in overeenstemming dient te zijn met de hogere regelgeving. Zij heeft de overheidsinstelling OVAM aangeduid om de lokale besturen hierin bij te staan en ter zake controle uit te oefenen. In het licht van de haar toevertrouwde taken heeft OVAM op 05.05.2023 het "uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voor de periode 2023 - 2030" (ook het "Lokaal Materialenplan 2023-2030” genoemd) gepubliceerd. Het plan betreft geen rechtsbron, maar is bedoeld als beleidsplan om de lokale besturen bij het uitwerken van hun lokale beleid de juiste richting uit te sturen. Het beleidsplan is bijgevolg enkel bindend voor de lokale besturen, doch niet voor individuele burgers.
In het "Lokaal Materialenplan 2023-2030" wordt voorzien in een mogelijkheid voor lokale besturen - hetzij bij monde van de intercommunale afvalorganisatie waarvan zij deel uitmaken - om OVAM op gemotiveerde wijze te verzoeken om een uitstel van bovenbeschreven verplichting naar 01.01.2026, waarna OVAM discretionair de gegrondheid van dit verzoek zal beoordelen (zie ACTIE 22 - blz. 74 van het "Lokaal Materialenplan 2023-2030"). Een dergelijke verzoek om uitstel is destijds - onder meer namens de stad Kortrijk - aan OVAM gericht geweest door de afvalintercommunale IMOG, teneinde de nodige praktische voorbereidingen te kunnen treffen (bv. de aankoop van afvalrecipiënten, de aanpassing van de ophaalcontracten, het uitwerken van een nieuw retributiesysteem, enz.), en werd uiteindelijk ook aanvaard door OVAM.
Louter ter informatieve titel wordt nog meegegeven dat deze uitstelmogelijkheid uitsluitend voorzien werd voor de gescheiden inzameling van huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfs-gf(t)/keukenafval. Voor wat betreft het niet-vergelijkbaar bedrijfs-gf(t)/keukenafval, waarvan de ophaling gebeurt door private, door de handelaar zelf aan te stellen personen is de deadline van 01.01.2024 steeds blijven gelden. Inbreuken op foutieve inzameling van niet-vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen vallen evenwel sowieso buiten de bestuurlijke handhavingsbevoegdheid van de lokale besturen en worden vervolgd door het Parket op grond van artikel 12 van het Materialendecreet.
1.2. Afvalpreventie door gebruik van DIFTAR-containers
Artikel 9 van gezegde Europese Richtlijn (EU) 2018/851 draagt de lidstaten verder op om maximaal in te zetten op afvalpreventie. Dienaangaande stelt het "Lokaal Materialenplan 2023-2030” dat de gemiddelde inwoner effectief minder huisvuil aanbiedt in een gemeente of stad waar een hoger tarief geldt voor huisvuil. Daarnaast wordt in gemeenten met gewichtsdiftar gemiddeld minder huisvuil aangeboden dan in gemeenten met volumediftar. Het tarief voor gewichtsdiftar wordt daarbij berekend als de som van een kost per kg, aangevuld met een aanbiedings- of ledigingskost eveneens omgezet naar een gemiddelde bijkomende kost per kg. [...] Vanuit deze overwegingen, wordt de lokale besturen gevraagd om, in het kader van de ambitieuze restafvaldoelstellingen, hun tarievenbeleid onder de loep te nemen. Gemeenten waar de huisvuil- en grofvuiltarieven onderaan de vork zitten, kunnen bijvoorbeeld een verhoging overwegen op het moment dat er bijkomend bioafval selectief wordt ingezameld. Daardoor kunnen de totale kosten voor de burger gelijk blijven. Gemeenten die met volumediftar werken, kunnen een overschakeling op gewichtsdiftar overwegen. (zie Titel 6.4.1. Tarieven restafval, alinea's 4 en 6 - blz. 91 van het "Lokaal Materialenplan 2023-2030").
2) Actualisatie van bestaande regelingen
Bepaalde bestaande regelingen dienen aangepast te worden, niet omdat deze aanpassingen rechtstreeks zouden voortvloeien uit hogere rechtsnormen, doch veeleer omdat de regeling waarop zij slaan, een in onbruik geraakte praktijk betreft.
3) Uitwerking van een regeling rond enkele nieuwe vormen van selectieve afvalinzameling
Sedert enkele jaren kunnen de Kortrijkse inwoners gebruik maken van mobiele recyclageparken om kleine hoeveelheden van welbepaalde afvalsoorten selectief in te zamelen. Met ingang vanaf 01.01.2026 komen daar eveneens (semi)-ondergrondse afvalinzamelingssystemen bij. Tot op vandaag kennen deze bijkomende inzamelingsvormen nog geen regeling in de APV.
4) Louter tekstuele herformuleringen van bestaande bepalingen
Een aantal bestaande bepalingen worden deels herschreven met het oog op een duidelijkere terminologie, een herschikking of het wegwerken van herhalingen en/of verder aangevuld met toevoegingen die noodzakelijk zijn gebleken dankzij de dagdagelijkse praktijk en het voortschrijdend inzicht.
1. Motivering voor de wijziging van de naam van "HOOFDSTUK 1. Algemeen onderhoud en reinheid van de openbare weg en het openbaar domein" van het vierde titel van het Algemeen Deel van de APV, te weten "TITEL 4 : OPENBARE REINHEID EN GEZONDHEID", alsook van de artikelen 72, 73 en 74
De voorgestelde aanvullingen in artikel 72 zijn het gevolg van praktijkdossiers inzake algemeen sluikstort, waarmee team GAS geconfronteerd werd en waarvan het moest vaststellen dat er in de APV niet voorzien was in een specifiek op het voorliggende probleem afgestemde regeling. Tot vandaag diende team GAS zich daarbij vaak te behelpen met afleidingen uit bestaande bepalingen of - in sommige gevallen - zelfs a contrario-redeneringen. Aanpassing zoals deze zijn legio, vermits recht een dynamisch begrip/proces betreft.
Voorts wordt onder de huidige titel voorgesteld om de artikelen 73 en 74 te versmelten tot één bepaling, nu zij beiden handelen over de aansprakelijkheid van burgers om te vegen/wieden voor eigen deur. Er bestaat ter zake geen enkele reden om de bestaande aansprakelijkheidsregeling uit elkaar te trekken op basis van de loutere feitelijkheid dat er moet opgetreden worden voor een eengezins-, dan wel meergezinswoning. Er kan perfect gewerkt worden met paragrafen binnen hetzelfde artikel, hetgeen de rechtsduidelijkheid voor de raadpleger van de APV alleen maar ten goede komt.
Tot slot wordt voorgesteld om de bestaande aansprakelijkheidsregeling ingeval van meergezinswoningen te vereenvoudigen. Zo :
De artikelen 72, 73 en 74 worden gewijzigd, zoals weergegeven op bladzijde 21 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
2. Motivering voor de wijziging van de artikelen 88 t.e.m. 93, alsook de artikelen 96 t.e.m. 101 inhoudende algemene bepalingen inzake afvalinzameling
Het gros van de onder deze titel voorgestelde wijzigingen hebben een loutere verduidelijkende functie.
Nieuwigheden zijn :
Doorgaans gaat het hier om de reglementaire verankering van praktijken die, op grond van een vorm van gewoonterecht, al geruime tijd gangbaar - en bijgevolg ingeburgerd - zijn.
Verder wordt artikel 100 opgeheven, nu de enige zinsnede dat het bevat, mede gelet op de uitgebreidere regeling in artikel 309ter van de APV, geen enkele toegevoegde waarde heeft.
De artikelen 88 t.e.m. 93 en 96 t.e.m. 101 worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 23 t.e.m. 25 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
3. Motivering voor de wijziging van de tekst van artikel 114 van de APV en de opsplitsing ervan in een bijkomend nieuw artikel 114bis
Vooreerst is de structuur van het bestaande artikel 114 niet logisch. De verplichting om een hond een leiband aan te doen heeft niets te maken met de verplichting om hondenpoepzakjes bij zich te hebben en hoort bijgevolg niet in hetzelfde artikel te staan. Dit geldt eens te meer, nu de enige summiere zinsnede inzake de leibandverplichting nagenoeg volledig ondergesneeuwd geraakt door de omvangrijkere tekst rond de hondenpoepzakjes. Voor de raadpleger van de APV bemoeilijkt dit nodeloos de lectuur.
Verder worden intrinsiek geen wijzigingen aangebracht aan de bestaande APV-tekst. De voorgestelde aanpassingen spruiten veeleer voort uit een streven naar een duidelijker en/of correcter taalgebruik.
De artikelen 114 en 114bis worden gewijzigd, respectievelijk toegevoegd, zoals weergegeven op bladzijde 27 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
4. Motivering voor de wijziging van de artikelen 269 t.e.m. 295, alsook de artikelen 296 t.e.m. 307 inzake diverse reeds bestaande vormen van selectieve afvalinzameling
Het gros van de onder deze titel voorgestelde wijzigingen hebben een loutere verduidelijkende functie of vloeien voort uit aanpassingen in de hogere milieuregelgeving, waarmee lokale regelgeving steeds in overeenstemming dient te zijn.
Nieuwigheden zijn :
Voorts worden de artikelen 281 t.e.m. 283 (selectieve inzameling van klein gevaarlijk afval (K.G.A.)) en 288bis en 288ter (selectieve inzameling van plastic folies en zakken) opgeheven, vermits er voor deze afvalstromen geen aparte inzamelprocedés meer nodig zijn. Plastic folies mogen voortaan in de P.M.D.-afvalzak gedeponeerd worden en K.G.A. wordt nog uitsluitend ingezameld via het recyclagepark, op de wijze zoals die in het huishoudelijk reglement van het recyclagepark bepaald wordt.
Artikel 269 t.e.m. 295 en 296 t.e.m. 307 worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 66 t.e.m. 79 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
5. Motivering voor de toevoeging van "Afdeling 9bis. Selectieve inzameling van *GF(t)/keukenafval" onder "HOOFDSTUK 1. Verwijdering van *huishoudelijke afvalstoffen en *vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" van het vierde titel van het Bijzonder Deel van de APV, te weten "TITEL 4. OPENBARE GEZONDHEID EN REINHEID", alsook voor de toevoeging van de nieuwe artikelen 295bis, 295ter en 295quater onder deze nieuwe afdeling
Voor de ratio legis van de onder deze titel voorgestelde toevoegingen wordt verwezen naar de uiteenzetting onder subtitel 1.1 van het deel "MOTIVATIE - Aanleiding en context" van onderhavige nota.
De nieuwe afdeling 9bis en haar artikelen 295bis, 295ter en 295quater worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 75 en 76 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
6. Motivering voor de toevoeging van "Afdeling 12. Mobiele recyclageparken" onder "HOOFDSTUK 1. Verwijdering van *huishoudelijke afvalstoffen en *vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" van het vierde titel van het Bijzonder Deel van de APV, te weten "TITEL 4. OPENBARE GEZONDHEID EN REINHEID", alsook voor de toevoeging van de nieuwe artikelen 307bis en 307ter onder deze nieuwe afdeling
Sedert 2020 kunnen beperkte hoeveelheden afval selectief ingezameld worden via mobiele recyclageparken. De exploitatie valt onder de bevoegdheid van de afvalintercommunale IMOG, dat de bij haar aangesloten lokale besturen thans voor het eerst verzocht heeft om een regeling ter zake op te nemen in de APV en hiertoe een voor de ganse IMOG-zone uniforme ontwerptekst inhoudende de correcte gebruiksregels heeft voorgesteld.
De nieuwe afdeling 12 en haar artikelen 307bis en 307ter worden gewijzigd, zoals weergegeven op bladzijde 79 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
7. Motivering voor de toevoeging van "Afdeling 13. *(Semi-)ondergrondse inzamelsystemen" onder "HOOFDSTUK 1. Verwijdering van *huishoudelijke afvalstoffen en *vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" van het vierde titel van het Bijzonder Deel van de APV, te weten "TITEL 4. OPENBARE GEZONDHEID EN REINHEID", alsook voor de toevoeging van de nieuwe artikelen 307quater en 307octies onder deze nieuwe afdeling
Vanaf 01.01.2026 zullen bewoners van stadsbuurten, die gekenmerkt worden door verzamelpunten van grote hoeveelheden, voor de huis-aan-huis inzameling aangeboden afvalrecipiënten (bv. ingevolge de aanwezigheid van appartementsgebouwen of moeilijk voor de vuilniskar bereikbare woonbuurten), verplicht gebruik moeten maken van (semi-)ondergrondse afvalcontainers, zodat dergelijke afvalbergen geen belemmering (meer) kunnen vormen voor 1) de openbare orde en veiligheid en 2) de aanschouw en de netheid van deze stadsdelen. Middels dit titel wordt aan de gemeenteraad de gebruiksregeling van deze afvalsystemen voorgelegd.
De nieuwe afdeling 13 en haar artikelen 307quater en 307octies worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 79 en 80 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
8. Motivering voor de wijziging en aanvulling van het "Begrippenkader van het Algemeen Deel" van de APV
Bestaande en nieuwe omschrijvingen dienen vanzelfsprekend geactualiseerd, respectievelijk toegevoegd te worden voor een correct begrip met betrekking tot de correcte reikwijdte van bepaalde verplichtingen, teneinde burgers zoveel als mogelijk te behoeden voor onvrijwillige inbreuken op de selectieve inzamelingsregels.
Het begrippenkader van het Algemeen Deel van de APV wordt gewijzigd en aangevuld, zoals weergegeven op de bladzijden 118 t.e.m. 125 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 39 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
De naam van HOOFDSTUK 1 onder de vierde titel van het Algemeen Deel van de APV, alsook de inhoud van de artikelen 72, 73 en 74 van de APV, als volgt goed te keuren :
HOOFDSTUK 1. Algemeen onderhoud en reinheid
[...]
Art. 72
§1. Het is verboden om, buiten de voorziene huis-aan-huis ophalingen en inzamelingen, zowel op openbare plaatsen en het openbaar domein, als in de lokale binnenwateren bevuilende materialen, afvalstoffen of vloeistoffen te storten, gooien, verzamelen, stapelen of achter te laten, wanneer deze schade kunnen berokkenen aan de netheid, openbare veiligheid, hygiëne of kwaliteit van het leefmilieu en ongeacht of zij biologisch afbreekbaar van aard zijn.
§2. Ieder persoon die een openbare plaats heeft bevuild of laten bevuilen, dient onverwijld al het nodige te doen om deze plaats opnieuw in nette staat te herstellen. Dit geldt eveneens voor de landbouwers, tuinbouwers en bouwaannemers die in de uitoefening van hun werkzaamheden openbare plaatsen bevuilen of er vreemde stoffen op achterlaten.
Art. 73
§1. De feitelijke bewoners/gebruikers of – in afwezigheid hiervan – de zakelijke rechthebbenden van een gebouw of perceel grond zijn er hoofdelijk toe gehouden om de voetpaden, bermen, rioolroosters en straatgoten ter hoogte van hun onroerend goed, in nette staat te houden door onder meer vuilnis, modder en onkruid weg te nemen.
§2. Ingeval van meergezinswoningen, is de Vereniging van Mede-eigenaars verantwoordelijk voor de nakoming van de in §1 bedoelde verplichting. Bij gebreke aan Vereniging van Mede-eigenaars zijn alle bewoners van de meergezinswoning hoofdelijk verantwoordelijk voor de nakoming van de in §1 bedoelde verplichting.
§3. In afwijking van de vorige paragrafen, mag zand dat naar aanleiding van openbare werken uitgestrooid werd, gedurende de eerste acht dagen niet verwijderd worden.
Art. 74
Opgeheven
De inhoud van de artikelen 88 t.e.m. 93 en de artikelen 96 t.e.m. 101 van de APV als volgt goed te keuren :
HOOFDSTUK 3. Verwijdering van afvalstoffen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Art. 88
Het is verboden om het even welke aangeboden afvalstof mee te nemen. Alleen de ophalers zijn gerechtigd om afvalstoffen in te zamelen.
Afdeling 2. Aanbieding van afvalstoffen
Art. 89
Afvalstoffen dienen aangeboden te worden zoals voorzien in deze verordening. Afvalstoffen, aangeboden op een wijze of tijdstip dat niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening, worden niet aanvaard. De aanbieder dient dezelfde dag nog de niet-opgehaalde afvalstoffen terug te nemen.
Art. 90
§1. Straatvuilnisbakken zijn enkel bestemd voor het deponeren van *occasioneel afval en waaivuil.
§2. *Bladkorven en bladzakken zijn enkel bestemd voor het deponeren van afgevallen bladeren die afkomstig zijn van openbaar groen.
Art. 91
Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen bij huis–aan–huis–inzameling wordt uitgevoerd door de hiertoe aangestelde medewerkers van het lokaal bestuur en de afvalintercommunale of – in voorkomend geval – ieder ander hiertoe rechtsgeldig aangesteld persoon.
Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen via het *recyclagepark wordt uitgevoerd door de parkwachter.
De in de bovenstaande leden bedoelde personen verstrekken in het kader van hun toezicht de nodige richtlijnen voor een correcte aanbieding. Ze mogen de aanbieders wijzen op foutieve aanbiedingen en de afvalstoffen zo nodig weigeren.
Art. 92
§1. De voorgeschreven recipiënten of anders aangeboden afvalstoffen dienen door de inwoners altijd aangeboden te worden aan de rand van de openbare weg en vóór het betrokken perceel waar de aanbieder gevestigd is, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen.
§2. Voor plaatsen of stegen die niet door de wagens van de ophaaldienst bereikbaar zijn, dient de aanbieder de voorgeschreven recipiënten of anders aangeboden afvalstoffen te plaatsen op de dichtst bij zijn perceel grenzende openbare weg die wel toegankelijk is of op de hiertoe door de bevoegde overheid (tijdelijk) toegestane plaats.
§3. Ingeval van wegenwerken moeten de feitelijke bewoners/gebruikers van de panden op de betrokken adressen de alternatieve inzamelmodaliteiten, die door het lokale bestuur gecommuniceerd worden, volgen.
Art. 93
De inwoners die een reglementair afvalrecipiënt aanbieden voor huis-aan-huis-inzameling, zijn verantwoordelijk voor dit recipiënt en het eventuele waaivuil dat hiervan afkomstig is. Zij staan zelf in voor het opruimen ervan.
[...]
Art. 96
Afvalstoffen dienen op een zodanige wijze aangeboden te worden dat zij geen risico inhouden voor de veiligheid en gezondheid van de ophaler, noch de ophaler kunnen besmeuren. Dit houdt onder meer in dat de aanbieder er moet voor zorgen dat het inzamelrecipiënt zorgvuldig gesloten is en geen scheuren, barsten of lekken vertoont en dat scherpe voorwerpen zodanig verpakt worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers.
Afdeling 3. Afval op standplaatsen
Art. 97
De uitbater van een vaste, tijdelijke of verplaatsbare inrichting, die niet onder toepassing valt van specifieke reglementering en tabaksproducten, voedingswaren of dranken aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt, dient op een behoorlijke wijze, voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare selectieve afvalrecipiënten te voorzien en staat in voor een correcte verwijdering en verwerking van het afval. De recipiënten moeten voorzien zijn van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welke afvalstoffen erin gedeponeerd mogen worden.
De instructies van de bevoegde overheid met betrekking tot het aantal en de plaatsingslocatie van de in het vorige lid bedoelde recipiënten, alsook de aard van de in te zamelen afvalstoffen, dienen strikt en onvoorwaardelijk nageleefd te worden.
Art. 98
De uitbater dient de recipiënten zelf tijdig te ledigen en zowel de eigen standplaats, als de onmiddellijke omgeving rond de inrichting op zodanige wijze rein te houden, dat al deze locaties tenminste een keer per openingsdag volledig proper zijn.
Afdeling 4. Reclamedrukwerk en gratis regionale pers
Art. 99
§1. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden of achter te laten op andere plaatsen, anders dan de brievenbus.
In afwijking van het eerste lid, is het verboden :
§2. De aansprakelijkheid ingeval van niet-naleving van de in §1. bepaalde verboden, rust in eerste instantie op de bedeler.
§3. Indien de bedeler niet geïdentificeerd kan worden, rust de aansprakelijkheid op de verantwoordelijke uitgever, tenzij deze laatste het bewijs levert dat hij de feitelijke aanplakker gewezen heeft op de in §1 voorgeschreven verboden.
§4. Kunnen noch de bedeler, noch de verantwoordelijke uitgever geïdentificeerd worden, dan is de natuurlijke persoon, feitelijke vereniging of rechtspersoon voor wie of voor wiens activiteiten reclame wordt gemaakt, ter zake aansprakelijk, tenzij deze laatste het bewijs levert dat hij de bedeler gewezen heeft op de in §1 voorgeschreven verboden.
Art. 100
Opgeheven
Art. 101
Het is verboden, documenten, stalen, drukwerk of reclame op voertuigen te bevestigen.
Dit verbod geldt evenwel niet voor :
De inhoud van de artikelen 114 en 114bis van de APV als volgt goed te keuren :
Art. 114
Honden moeten aan de leiband gehouden worden op de openbare weg en op openbare plaatsen.
Art. 114bis
§1. Iedereen die een hond begeleidt, moet op ieder ogenblik minstens één voldoende groot en dichtknoopbaar zakje bij zich hebben, opdat het onmiddellijk verwijderen van uitwerpselen de ganse verplaatsing verzekerd kan worden.
De begeleider van de hond dient te allen tijde en op eerste verzoek van de in de artikelen 20 en 21 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties bedoelde personen in staat te zijn om een dergelijk zakje te tonen.
§2. Het zakje met de uitwerpselen mag alleen gedeponeerd worden in de in art. 90, §1 van deze verordening bedoelde straatvuilnisbakken of aangeboden worden in het kader van huis–aan–huis afvalinzameling, zoals bedoeld in de artikelen 271 tot en met 275 van deze verordening.
§3. Dit artikel is niet van toepassing op blinden met geleidehond en rolstoelgebruikers.
§4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de inhoud van art. 73 van deze verordening.
De inhoud van de artikelen 269 t.e.m. 295 en van de artikelen 296 t.e.m. 307 van de APV goed te keuren, zoals weergegeven op de bladzijden 66 t.e.m. 75 van de bijlage "Algemene politieverordening - definitieve versie 15.12.2025" bij onderhavige nota.
De naam en structuur met onderafdelingen van de nieuwe afdeling 9bis onder het eerste hoofdstuk van de vierde titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook de inhoud van de nieuwe artikelen 295bis, 295ter en 295quater van de APV, als volgt goed te keuren :
Afdeling 9bis. Selectieve inzameling van *GF(t)/keukenafval
Onderafdeling 1. Inzameling
Art. 295bis
GF(t)/keukenafval wordt ingezameld :
Art. 295ter
De in artikel 295quater van deze verordening bedoelde afvalemmer wordt uitsluitend geledigd op voorwaarde dat de diftar-rekening van de aanbieder voorafgaandelijk gedebiteerd kon worden met het verschuldigde bedrag van de retributie voor de afvalophaling, berekend en bepaald op grond van het “Algemeen retributiereglement”.
Onderafdeling 2. Wijze van aanbieding
Art. 295quater
§1. Het GF(t)/keukenafval mag uitsluitend aangeboden worden in een door de afvalintercommunale IMOG erkende afvalemmer.
§2. De in §1 bedoelde afvalemmer dient volledig gesloten aangeboden te worden. Aangeboden afvalemmers, waarvan het deksel ingevolge een uitpuilende inhoud – hetzij gedeeltelijk – open staat, worden geweigerd door de afvalophalers.
§3. De afvalstoffen mogen ten vroegste de dag voorafgaand aan de ophaaldag vanaf 17u00 en ten laatste op de ophaaldag zelf om 3u00 buiten geplaatst worden.
De naam en structuur met onderafdelingen van de nieuwe afdeling 12 onder het eerste hoofdstuk van de vierde titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook de inhoud van de nieuwe artikelen 307bis en 307ter van de APV, als volgt goed te keuren :
Afdeling 12. Mobiele recyclageparken
Onderafdeling 1. Toegankelijkheid
Art. 307bis
§1. Het mobiele recyclagepark is uitsluitend bestemd voor de inzameling van kleine hoeveelheden huishoudelijk afval dewelke te voet, met de fiets of met de kruiwagen aangeleverd worden door buurtbewoners.
§2. De stad bepaalt de locaties en data waarop inzamelingen plaatsvinden, en maakt deze, te samen met de inzamelvoorwaarden, bekend via de afvalkrant, de website en/of de afvalkalender.
Onderafdeling 2. Gebruik
Art. 307ter
De voorschriften die op de afvalcontainers aangebracht werden, alsook de in toepassing van art. 91 van deze verordening gegeven instructies van de recyclageparkwachters moeten te allen tijde gerespecteerd worden.
De naam en structuur met onderafdelingen van de nieuwe afdeling 13 onder het eerste hoofdstuk van de vierde titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook de inhoud van de nieuwe artikelen 307quater t.e.m. 307octies van de APV, als volgt goed te keuren :
Afdeling 13. *(Semi-)ondergrondse inzamelsystemen
Onderafdeling 1. Toegankelijkheid
Art. 307quater
De bevoegde overheid bepaalt op welke locaties een ondergrondse inzamelsysteem mag komen voor huishoudelijk afval. Het geplaatste ondergrondse inzamelsysteem en het aantal inzamelrecipiënten wordt op advies van de afvalintercommunale IMOG door de bevoegde overheid gekozen en goedgekeurd. De ondergrondse inzamelsystemen moeten voldoen aan alle kwalitatieve en technische voorwaarden, opgelegd door de afvalintercommunale IMOG.
Art. 307quinquies
In woonsites waar ondergrondse inzamelsystemen geïnstalleerd werden, zijn de bewoners verplicht om, voor wat betreft het deponeren van de afvaltypes waarvoor de inzamelsystemen bestemd zijn, gebruik te maken van deze inzamelsystemen. Enkel wanneer geen inzamelsysteem voorzien werd voor de inzameling van een welbepaald afvaltype, mag de aanbieding van dit afvaltype gebeuren overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
De bewoners dienen zich ter hoogte van het inzamelrecipiënt, voorafgaand aan de aanbieding van de afvalstoffen, te identificeren middels hun identiteitskaart of gebruikersbadge.
Onderafdeling 2. Gebruik
Art. 307sexies
§1. De ondergrondse inzamelsystemen worden uitsluitend aangewend voor de selectieve inzameling van restafval, PMD-afval, GF(t)/keukenafval, glas en papier en karton. Zij worden voorzien van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welk afvaltype er in gedeponeerd mag worden.
§2. De aangeboden afvalfracties moeten gescheiden worden gedeponeerd in hun respectieve inzamelsystemen. Het gebruik van een foutief inzamelsysteem wordt beschouwd als sluikstorten.
De aanbieders nemen in dit kader de bepalingen van deze verordening, alsook de instructies op de ondergrondse inzamelsystemen in acht.
§3. De inwerpopeningen van de ondergrondse inzamelsystemen dienen na elk gebruik zorgvuldig gesloten te worden.
Art. 307septies
Het is verboden :
Art. 307octies
Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval via ondergrondse inzamelsystemen mag uitsluitend via de afvalintercommunale IMOG gebeuren.
De wijziging aan het Begrippenkader van het Algemeen Deel van de APV als volgt goed te keuren :
1) schrapping van de begrippen containerpark en huisvuil
2) wijziging van de hiernavolgende bestaande begripsomschrijvingen :
Bladkorven
= Alle op het openbaar domein ingerichte inzamelplaatsen, ongeacht hun uiterlijke vorm of vervaardigingswijze, die uitsluitend bestemd zijn voor het verzamelen van openbaar bladafval, zoals bijvoorbeeld afgevallen straat- en laanbladeren op de stoep. Zij kunnen onder meer – doch niet exhaustief – bestaan uit een volledig omsloten zijkant in gaas- of hekwerk, een niet volledig omsloten zijkant in werfhekkens, enz.
Grofvuil
= Alle afvalstoffen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht, niet in een recipiënt voor huisvuilophaling kunnen geborgen worden, zoals groot niet-herbruikbaar speelgoed, matten en tapijten, vloerbekleding, meubels, sofa’s en zetels, enz., doch met uitzondering van : afgedankte elektrische en elektronische apparaten, recycleerbare materialen, asbesthoudend materiaal, stookolietanks, spoorwegbielzen, bouw- en sloopafval en klein gevaarlijk afval.
Huishoudelijke afvalstoffen
= alle afvalstoffen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, die in een door deze verordening voorgeschreven recipiënt voor selectieve inzameling mogen geborgen worden.
P.M.D.-afval
= de harde plastic verpakkingen (inclusief de plastic schroefdoppen en deksels) en zachte plastic verpakkingsfolies en zakken, metalen verpakkingen (inclusief kroonkurken, metalen deksels en schroefdoppen) en drankkartons, allen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.
Worden evenwel niet als P.M.D.-afval beschouwd :
Textielafval
= alle al dan niet gescheurd(e) of beschadigd(e) kledij, lederwaren, (bv. schoeisel, handtassen en broeksriemen), beddengoed, woningtextiel (bv. gordijnen, tafelkleden,…), speelgoedknuffels, lappen, lompen, enz., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.
Verpakkingsglas
= doorzichtig hol glas van flessen, bokalen en flacons van dranken, voedingswaren en cosmetica, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.
Worden bijgevolg onder meer niet als verpakkingsglas beschouwd : drinkglazen, vaatwerk, vazen, deksels, doppen, hittebestendig glas (zoals ovenschotels en kookplaten), plexiglas, porselein en aardewerk, stenen flessen en kruiken, opaalglas en kristal, vlak glas (zoals ruiten en spiegels), gewapend glas, serreglas, rookglas, spiegelglas, alle types van lampen, enz.
3) toevoeging van de hiernavolgende begripsomschrijvingen aan de bestaande begrippenlijst :
GF(t)/keukenafval
= groenten-, fruit-, tuin- en keukenafval, afkomstig van huishoudens. Concreet gaat het onder meer om alle groente- en fruitafval, etensresten (bv. brood, eierschalen, kaaskorsten, sausresten,…) en kleine hoeveelheden tuinafval (bv. bloemen, terrasplanten,…), ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding.
Occasioneel afval
= kleine afvalfracties, afkomstig van voorbijgangers die onderweg producten of goederen consumeren, zoals papier, snoepverpakkingen, vruchtenschillen, dozen, blikjes,…
(Semi-)ondergrondse inzamelsystemen
= installaties voor afvalstoffenbeheer die worden gekenmerkt door een klein, bovengronds gedeelte met inwerpopening en een grotere, ondergrondse opslagruimte. Zij zijn bedoeld als alternatief voor de selectieve huis-aan-huis-inzameling van huishoudelijk restafval, PMD-afval, glas en papier en karton.
(Diftar-)recyclagepark
= een inrichting, op grond van een intergemeentelijk samenwerkingsverband uitgebaat door de afvalintercommunale IMOG, die tot doel heeft om de gescheiden inzameling van huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen mogelijk te maken met het oog op de maximale recyclage van deze afvalstoffen.
Restafval
= alle afvalstoffen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, die in de voorgeschreven recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van alle selectief ingezamelde afvalstoffen.
Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen
= alle afvalstoffen, ontstaan uit de exploitatie van een onderneming, die in een door deze verordening voorgeschreven recipiënt voor selectieve inzameling mogen geborgen worden en naar aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.
De maximale aanbiedingshoeveelheden, die in deze verordening per afvaltype worden opgelegd in het kader van de huis-aan-huis inzameling, zijn van toepassing. Specifiek voor restafval geldt een maximum van drie restafvalzakken van max. 15 kg per afvalzak of één diftar-container van 22,5 kg per afleveringsadres en per ophaalronde.
Situering
Binnen het subsidiekader "Gemeentehuis van de toekomst" stapte stad Kortrijk, samen met Brugge, Leuven en Dendermonde, in een project met als doelstelling lokale verenigingen snel en simpel subsidies te laten aanvragen. Dit traject werd ondersteund door Möbius.
Dit project is voor verenigingen die subsidies aanvragen en lokale besturen die subsidieaanvragen verwerken, waarbij er een gebruiksvriendelijk, transparant en efficiënt proces wordt aangeboden voor de verschillende subsidietypes door de oplevering van een digitale aanvraag- en beheersomgeving, die geïntegreerd is met het verenigingsloket en andere generieke bouwstenen.
Daardoor kunnen enerzijds verenigingen eenvoudiger subsidies aanvragen die ook sneller uitbetaald kunnen worden, en kunnen anderzijds lokale besturen efficiënter en correcter de subsidies beheren.
Het inhoudelijk resultaat van dit traject is ook een volledige herwerking van de erkennings- en subsidiereglementen voor sport-, jeugd-, cultuur-, ouderenverenigingen en verenigingen voor personen met een handicap.
Traject
Inhoudelijk
6 erkenningsreglementen worden herwerkt tot 1 algemeen erkenningsreglement.
Huidige bestaande erkenningsreglementen:
Nieuw reglement:
11 subsidiereglementen worden herwerkt tot 1 kadersubsidiereglement voor (socio)-cultuur/sport/jeugd
Huidige bestaande subsidiereglementen:
Nieuw reglement:
Deze herwerking zorgt voor eenvoud, transparantie en efficiëntie.
De inhoudelijke wijzigingen uit bestaande reglementen worden beargumenteerd in de desbetreffende bijlages en ook zo toegelicht aan de adviesraden op zowel de plenaire toelichting op 11/02/2025 en 18/02/2025, als eventueel daaropvolgende algemene vergaderingen.
Gezien er voor enkele verenigingen een sterke financiële impact is door de vernieuwde manier van werken, en gelet op de adviezen van de stedelijke adviesraden wordt een overgangsmaatregel voorgesteld:
Verenigingen die > 20 % subsidiegelden minder dan het oorspronkelijke systeem zullen krijgen, ontvangen 80 % subsidie op hun oude bedrag. Zo wordt het verliest beperkt tot maximaal 20 %.
Deze maatregel geldt voor 2 jaar en heeft als doelstelling de continuïteit van de werking te kunnen garanderen en de kans te geven om de werking aan te passen en te versterken.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 39 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
Het reglement en subsidiëringsvoorwaarden voor Kortrijkse verenigingen, zoals opgenomen in bijlage bij huidige nota, goed te keuren.
Dit reglement vervangt de huidige reglementen, zoals opgesomd in de nota, en dit met ingang van 1 januari 2026 en rekening houdend met de hierboven beschreven overgangsregel voor een duur van 2 jaar.
Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om de gemeentelijke reglementen vast te stellen, ondermeer ook reglementen die betrekking hebben op gemeentelijke retributies.
De stad en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied. Deze nutvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
De stad keurde de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen goed, die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, om de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden. Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Er moeten ook geregeld dringende werken op het vlak van het onderhoud en de herstellingen uitgevoerd worden die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
Naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP... is er een actualisatie van de code.
Sinds 2005 kunnen de gemeenten aan de distributienetbeheerders een retributie aanrekenen voor de hinder wegens het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan de nutsvoorzieningen elektriciteit en gas.
Het huidig retributiereglement dat in de gemeenteraad van 5 december 2022 punt 19 vastgesteld werd, vervalt op 31 december 2025.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 38 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
Het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein als volgt vast te stellen:
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad.
Artikel 4 - Inning
De retributie moet worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 - Definitief karakter
Deze beslissing wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomst artikel 286 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
In uitvoering van Kortrijk Handelt - het strategisch commercieel plan van de stad Kortrijk - keurde de gemeenteraad op 9 december 2019 het stedelijk reglement ter versterking van het handelsapparaat in de kernen van stad Kortrijk goed. Op 15 november 2021, 5 december 2022 en 8 mei 2023 keurde de gemeenteraad enkele wijzigingen goed. Dit reglement voorzag in een aantrekkingspremie voor ondernemers die een vestiging startten in één van de handelskerngebieden van Groot-Kortrijk.
Het bestuursakkoord "Kortrijk met Brio" en het strategisch meerjarenplan 2026-2031 voorzien onder beleidsdoelstelling 3.2. "Voor ondernemers en shoppers" een verdere ondersteuning via premiebeleid.
Omwille van het succes van de aantrekkingspremie en de budgettaire impact hiervan is het aangewezen om het reglement opnieuw te wijzigen. Concreet worden volgende wijzigingen doorgevoerd:
1. De aantrekkingspremie wordt niet meer berekend op basis van de jaarhuurkostprijs en bijhorende factoren. We werken met vaste bedragen per zone. Dit maakt het duidelijker voor ondernemers op welk bedrag ze beroep kunnen doen en zorgt ervoor dat we met het beperkter budget toch voldoende ondernemers kunnen ondersteunen:
De aantrekkingspremie blijft hierdoor aantrekkelijk, en haalbaar binnen het vastgelegde budget. Bovendien blijven we in de kernen van de deelgemeenten buurtondersteunende detailhandel stimuleren. We maken geen onderscheid meer in het bedrag voor starters, ondernemers die verhuizen van buiten kerngebied naar kerngebied, of ondernemingen met één vestiging buiten Kortrijk.
2. We ondersteunen enkel nog detailhandel en ambachten, geen diensten.
3. De lijst met uitsluitingen werd uitgebreid (o.a. minimarkets en dagwinkels, supermarkten en kapsalons en vrije beroepen).
4. Er werd een extra vereiste opgenomen in de aanvraag, nl. het bezorgen van een financieel plan van 3 jaar. Een sterk financieel plan op langere termijn zorgt voor meer kans op slagen.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 39 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
Het gewijzigde stedelijk reglement ter versterking van het handelsapparaat in de kernen van stad Kortrijk, zoals opgenomen als bijlage, goed te keuren.
Het team stadsvernieuwing en omgevingsbeleid - ondernemen & hoger onderwijs opdracht te geven om dit reglement administratief en inhoudelijk op te volgen.
Dit reglement werd laatst goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 9 maart 2020. Actieve handelscomités in de kernen van Groot-Kortrijk kunnen bij commerciële initiatieven die de aantrekkingskracht en sfeer van de kern bevorderen beroep doen op een projectsubsidie.
In deze nota wordt het maximaal bedrag op jaarbasis aangepast, zowel in de kerngebieden van de deelgemeenten als in Kortrijk centrum.
We doen dit omdat het aantal aanvragen buiten centrum Kortrijk op jaarbasis nooit meer dan € 3.000 bedraagt. Tergelijkertijd was er de vraag van enkele handelscomités uit centrum Kortrijk om het maximale bedrag per jaar te verhogen.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 39 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
Het stedelijk reglement ter ondersteuning van handelscomités, waarvan de tekst integraal opgenomen is in bijlage, goed te keuren.
Imog bezorgde het verslag van de raad van bestuur (16 oktober 2025) en vroeg expliciet aandacht voor punt 2.2.4 over flankerende maatregelen. Deze maatregelen kaderen in de hervorming van het afvalbeleid en moeten intergemeentelijk uniform worden toegepast. De stad moet deze informatie opnemen in de gemeenteraadsnota van december om het reglement aan te passen.
De stedelijke adviesraad voor personen met een handicap (SAPH) verleende in het kader van de flankerende maatregelen advies waarbij ze het belang benadrukte van medische pathologieën met extra afvalproductie in die zin dat deze lijst niet-limitatief wordt geacht en niet steeds een attest van de mutualiteit voor chronische incontinentie tot gevolg heeft.
Ter vervanging van het aanbieden van gratis huisvuilzakken wordt als flankerende maatregel vanaf 1 januari 2026 een geldelijke forfait ingevoerd; vastgelegd op 50 euro/jaar.
Deze tegemoetkoming zal rechtstreeks op de diftar-provisierekening komen van de betrokken inwoners die hiervoor in aanmerking komen.
De inwoner zal verplicht gebruik maken een diftarrolcontainer. Voor assistentiewoningen en lokale opvanginitiatieven verloopt de facturatie via het OCMW.
Ziektebeelden die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming gekoppeld aan een verhoogde tegemoetkoming worden voorzien van nieuwe voorwaarden. Die zijn als volgt:
Naar aanleiding van de nieuwe voorwaarden werd het reglement en aanvraagformulier in bijlage aangepast.
Dit reglement treedt in werking de eerste (1°) van de maand volgend op de datum van goedkeuring door de gemeenteraad.
Voorwaarde: indien de 16k onvoldoende blijkt zal er geschoven moeten worden met bestaande kredieten.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 38 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
Het stedelijk reglement voor het bekomen van de tegemoetkoming van afvalkosten bij medische aandoeningen en het aanvraagformulier, zoals toegevoegd als bijlagen bij huidige nota, met ingang van 1 januari 2026 vast te stellen.
Bij de inwerkingtreding van dit reglement, wordt het “Reglement voor het bekomen van gratis huisvuilzakken voor personen met een medisch probleem”, dat vastgesteld werd door de gemeenteraad in zitting van 14 december 2020, opgeheven.
Stad Kortrijk zet reeds geruime tijd in op ecosystemen rond het student-ondernemerschap. In dit kader werden binnen een EFRO programma ecosystemen rond het student-ondernemerschap opgericht (project SPEK 2016-2018 & project SPURT 2018-2020). Sinds 2020 werden deze projecten gecontinueerd via het project Start@K, dat onder leiding staat van Hangar K en ondersteund wordt via de VLAIO oproep "Ecosystemen voor jong ondernemerschap in studentensteden".
We wensen kandidaat student-ondernemers die deelnemen aan Start@K een extra stimulans geven om effectief een onderneming op te starten en hiervoor een ondernemingsnummer aan te vragen. Hiervoor komen we tussen in de administratieve kost die de aanvraag van een ondernemingsnummer met zich meebrengt.
Om deze student-ondernemers te stimuleren om effectief een onderneming op te starten en hiervoor de nodige administratieve stappen te nemen, waaronder de aanvraag van een ondernemingsnummer, zal de stad Kortrijk tussenkomen in de administratieve kost die gepaard gaat bij de aanvraag van een ondernemingsnummer. Momenteel bedraagt deze kost €109 en deze wordt jaarlijks aangepast aan de index.
Om in aanmerking te kunnen komen voor deze tussenkomst dient de student-ondernemer te voldoen aan onderstaande voorwaarden:
De aanvraag van de premie gebeurt via Start@K. Start@K bezorgt de stad Kortrijk per kwartaal een lijst van ondernemingen die een aanvraag hebben ingediend voor de premie (commerciële naam van de onderneming, voornaam en naam van de ondernemer, ondernemingsnummer en rekeningnummer), vergezeld van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de ondernemer ingeschreven is onder het statuut van student-zelfstandige.
Het stedelijk reglement ter ondersteuning van startende student-ondernemers, zoals opgenomen in bijlage bij huidige nota, goed te keuren.
Opdracht te geven aan Team Stadvernieuwing en omgevingsbeleid (Ondernemen & Hoger Onderwijs), om dit reglement administratief en inhoudelijk op te volgen.
In het besluit van de Vlaamse regering over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting dat goedgekeurd werd op 23 februari 2024 is opgenomen dat steden en gemeenten een collectief aanbod voor IBA’s moeten aanbieden aan de inwoners. Het collectief aanbod betekent dat bewoners beroep kunnen doen op de stad voor de plaatsing en het onderhoud van hun IBA.
In Kortrijk zijn er volgens het geldende zoneringsplan en de geactualiseerde data ter beschikking gesteld door de Vlaamse Milieumaatschappij nog 254 IBA’s te plaatsen.
Het zoneringsplan (bevoegdheid Vlaanderen (Vlaamse Milieumaatschappij)) geeft tot op huisniveau weer wat de maatregelen zijn die burger en gemeente moeten treffen voor de aansluiting van hun afvalwater.
Het zoneringsplan is opgesplitst in volgende vier zones:
Woningen binnen het individueel te optimaliseren buitengebied beschikken op vandaag vaak enkel over een septische put of lozen rechtstreeks hun afvalwater in de oppervlaktewateren. Door de installatie van een IBA wordt dit afvalwater gezuiverd en komt er bijgevolg ook enkel nog gezuiverd effluent in de grachten en beken.
In Kortrijk zijn er volgens het geldende zoneringsplan en de geactualiseerde data ter beschikking gesteld door de Vlaamse Milieumaatschappij nog 254 IBA’s te plaatsen.
Collectief aanbod:
In het besluit van de Vlaamse regering over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting, dat goedgekeurd werd op 23 februari 2024, is opgenomen dat steden en gemeenten een collectief aanbod voor IBA’s moeten aanbieden aan de inwoners. Het collectief aanbod betekent dat bewoners beroep kunnen doen op de stad voor de plaatsing en het onderhoud van hun IBA.
Voor het collectief aanbod doen we beroep op Aquafin via de bestaande Riopact overeenkomst tussen de stad en Aquafin.
De eigenaar betaalt het aansluitrecht voor het aansluiten van het privaat rioolstelsel op de IBA. Het bedrag is hetzelfde als het aansluitrecht voor het aansluiten van een particuliere woning op het rioolstelsel. De saneringsbijdrage blijft van toepassing. Deze wordt aangerekend via de drinkwaterfactuur.
De eigenaars die voor het collectief aanbod in aanmerking komen zullen hiervoor aangeschreven worden. Op deze manier kunnen we, zoals opgelegd, het aanbod afstemmen met de prioritering voor de plaatsing van IBA's opgenomen in de stroomgebiedsbeheerplannen. We streven naar een plaatsing van 20 IBA's per jaar.
Subsidie bij eigen beheer:
Het besluit van 23 februari 2024 bepaalt dat de rioolbeheerders verplicht een aanbod voor collectieve plaatsing moeten doen, maar de burger is niet verplicht hierop in te gaan. Hij kan ook kiezen voor een IBA in eigen beheer.
We behouden het bestaande subsidiereglement. Wanneer er geopteerd wordt voor een IBA in eigen beheer kan er aanspraak gemaakt worden op een eenmalige subsidie van €1.500.
Wie voorziet in een sanering van afvalwater via een IBA in eigen beheer kan hiervoor ook een vrijstelling van de saneringsbijdrage bekomen. In het subsidiereglement is opgenomen dat, om de verklaring te ontvangen, de burger dient aan te tonen dat het geloosde effluent voldoet aan de normen van VLAREM II. Dit dient aangetoond te worden door het bezorgen van analyseresultaten van een erkend labo die aangeeft dat het effluent voldoet aan de lozingsnormen conform de van toepassing zijnde wetgeving. Het attest van vrijstelling is 5 jaar geldig en wordt zo enkel bezorgd bij een goedwerkende IBA.
Doel:
Met het invoeren van het collectief aanbod voor IBA's en het behouden van de subsidie voor IBA’s in eigen beheer zetten we in op een toename van het aantal goed werkende IBA’s. Deze toename zal zorgen voor een positieve invloed op de waterkwaliteit van onze grachten, beken en waterlopen.De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 39 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
De invoering van het collectief aanbod voor IBA's (individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater) en het behoud van de subsidie voor de aanleg van IBA's in eigen beheer, conform de reglementen in bijlage, goed te keuren.
Het stadsbestuur van Kortrijk wenst een premie uit te keren voor het instandhouden van nestgelegenheden voor huis-, boeren- en gierzwaluwen.
Dit premiereglement voor het beschermen van zwaluwnesten vervangt het gemeentelijk toelagereglement dat in de gemeenteraadszitting van 14 maart 2005 agendapunt 3.8 werd goedgekeurd.
De premie heeft betrekking op woningen en/of andere gebouwen, gelegen op het grondgebied Kortrijk. De premie zal worden uitbetaald aan de gebruiker van het gebouw waarin zich de kolonie bevindt. Per adres kan de premie slechts 1 keer aangevraagd worden.
Voor het instandhouden van een zwaluwkolonie van minder dan 4 nesten (kleine kolonie) wordt een subsidie verleend van 25 euro/ jaar. Bestaat de kolonie uit 4 of 5 nesten dan wordt een subsidie verleend van 38 euro/ jaar. Voor een kolonie vanaf 6 nesten (grote kolonie): 50 euro/ jaar. De premie wordt enkel uitbetaald als de nesten bewoond zijn.
Het premiereglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
Er zijn geen wijzigingen t.o.v. het vorige premiereglement.
Het premiereglement voor het beschermen van zwaluwnesten, zoals opgenomen als bijlage bij huidige nota, goed te keuren.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2031.
In de gemeenteraad van 12 oktober 2020 werd het reglement inzake het aanleggen van geveltuintjes en het premiereglement Groen en Fleuriger Kortrijk goedgekeurd.
Deze reglementen waren geldig tot eind 2025.
We wensen deze nu te verlengen tot en met 31 december 2031.
Aan het reglement inzake het aanleggen van geveltuintjes wijzigt er niks.
Aan het premiereglement Groen en Fleuriger Kortrijk wijzigt enkel de subsidiecategorie voor vergroen en bebloem.
In het vernieuwde premiereglement kan jaarlijks per project een maximale premie van 2000 euro aangevraagd worden (i.p.v. 2500 euro in het vorige premiereglement).
Hierdoor kunnen er jaarlijks meer projecten goedgekeurd worden.
Het reglement inzake de aanleg van geveltuintjes, zoals opgenomen in bijlage bij huidige nota, te verlengen t.e.m. 31 december 2031.
Het premiereglement Groen en Fleuriger Kortrijk, zoals opgenomen in bijlage bij huidige nota, te verlengen t.e.m. 31 december 2031.
De maximale premie per vergroen en bebloem project bedraagt 2000 euro i.p.v. 2500 euro.
In de gemeenteraad van 9 december 2019 werd het subsidiereglement Vergroenen en openstellen speelplaatsen goedgekeurd. Dit subsidiereglement was geldig t.e.m. 31/12/2025.
We wensen dit nu te verlengen tot en met 31/12/2031.
Uit het bestuursakkoord: “Ook scholen spelen een belangrijke rol in de strijd tegen de klimaatverandering. Maar liefst 31 scholen ruilden reeds hun saaie, grijze speelplaats in voor een groene, klimaatvriendelijke speelomgeving. Omdat we graag alle scholen de kans willen geven, blijven we hen ondersteunen. Waar mogelijk stellen we speelplaatsen open voor de buurt en andere gebruikers. Een groene omgeving is ook voor onze allerkleinsten heel belangrijk. Daarom zullen we ook kinderdagverblijven ondersteunen in het vergroenen van de buitenruimte.”
Dit subsidiereglement levert een bijdrage aan deze doelstelling.
Aan het vernieuwde subsidiereglement wijzigt er niks, enkel de doelgroep wordt uitgebreid naar kinderdagverblijven voor groepsopvang.
Basis- en secundaire scholen kunnen nog altijd zoals in het vorige subsidiereglement een aanvraag doen.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 37 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
Akkoord te gaan met de verlenging van het subsidiereglement "vergroenen en openstellen speelplaatsen", zoals opgenomen in bijlage bij huidige nota. Dit subsidiereglement loopt vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. In dit reglement is de doelgroep kinderdagverblijven voor groepsopvang toegevoegd, naast de basis- en secundaire scholen.
Onder hoofdstuk 2 'Ongelooflijk omarmend - Onze jeugd, onze toekomst' van 'Kortrijk met brio' neemt het college het engagement om de vele verenigingen, waaronder professioneel jeugdwerk, te ondersteunen om de toekomst van hun vereniging te garanderen.
De reglementen voor erkenning en subsidiëring van professioneel en semiprofessioneel jeugdwerk leggen deze ondersteuning vast. Door deze reglementen positioneert Kortrijk zich als een stad die investeert in kwaliteitsvol jeugdwerk, met aandacht voor inclusie, participatie en talentontwikkeling. Het versterkt de samenwerking tussen stad en jeugdwerkorganisaties en draagt bij aan een sterk, divers en toekomstgericht jeugdwerklandschap.
Het jeugdwerklandschap in Kortrijk evolueert: naast vrijwilligersorganisaties zijn er steeds meer jeugdwerkorganisaties met (semi)professionele structuren. Deze jeugdwerkorganisaties hebben een grote impact en dragen bij aan een divers en inclusief jeugdbeleid. Beide reglementen zorgen voor duidelijke en transparante criteria voor erkenning en subsidiëring, zodat elke organisatie weet waar ze aan toe is. Ze voorkomen willekeur en creëren gelijkwaardige ondersteuning voor jeugdwerkorganisaties die een professionele werking uitbouwen.
Door structurele ondersteuning aan te bieden kunnen deze jeugdwerkorganisaties hun werking duurzaam verankeren in Kortrijk. We stimuleren via de reglementen: samenwerking, het delen van expertise, participatie van Kortrijkse jongeren, het inclusief uitbouwen van hun werking en inzet op hun bovenlokale uitstraling. Zo speelt de stad een sleutelrol bij het realiseren van kwaliteitsvolle jeugdwerkingen.
We stemmen af met de Vlaamse regelgeving (Jeugddecreet) en versterken zo de positie van de Kortrijkse jeugdwerkorganisaties in het Vlaamse jeugdwerkveld. Voor semiprofessionele organisaties is er op Vlaams niveau geen structurele ondersteuning. Het reglement biedt hen een lokale hefboom om te groeien richting professionalisering (en dus een structurele Vlaamse ondersteuning).
Verschil tussen professionele en semiprofessionele jeugdwerkorganisaties:
Jaarlijkse rapportage en opvolgingsgesprekken garanderen dat middelen correct worden ingezet en dat jeugdwerkorganisaties blijven voldoen aan de voorwaarden en criteria.
Wie komt in aanmerking?
Na screening van het huidig jeugdwerklandschap vermoeden we dat volgende jeugdwerkorganisaties zullen beroep doen op de ondersteuning volgens deze reglementen:
Tot eind 2025 loopt er met sommige van deze organisaties een samenwerkingsovereenkomst met de stad voor onder andere hun basiswerking. Met De Stroate en De Stroom wordt er naast de ondersteuning volgens deze reglementen een samenwerkingsovereenkomst afgesloten voor een specifieke opdracht.
Ondersteuning
Naast de financiële ondersteuning volgens de reglementen komen deze jeugdwerkorganisaties ook in aanmerking voor de andere ondersteuning. Deze ondersteuning wordt vastgelegd door Tranzit in het ondersteuningskader voor jeugdverenigingen.
Voor de infrastructurele ondersteuning werkten we een richtinggevend kader uit (zie bijlage). We vertrekken vanuit de jeugdwerkvorm die de professionele organisaties ontplooien en baseren ons op de uitgewerkte ondersteuning van het Masterplan Jeugdlokalen. Een aantal organisaties heeft een groter bereik dan enkel jeugdwerk, uiteraard ondersteunen we enkel het deel jeugdwerk. Gezien elke organisatie zeer specifiek is werken we hier vooral op maat.
Drie van de vier hierboven benoemde organisaties ondersteunen we vandaag al (deels) op vlak van huisvesting. Enkel De Stroom is nieuw in dit verhaal.
De Stroate wordt gehuisvest in de Palace, dat blijven we behouden.
De Stroom was via Groep Ubuntu ook al voorzien in het bouwproject Palace dus zij krijgen ook een plek in dit gebouw.
Quindo maakt op vandaag gebruik van een aantal ruimtes in het Muziekcentrum Track via de samenwerkingsovereenkomst. Daarnaast namen ze een tijdelijke ruimte in gebruik aan de Broelkaai. Quindo en De Stroom vonden elkaar onlangs en willen in gedeeld gebruik de ruimtes in Palace in gebruik nemen. De timing van het bouwproject valt mooi gelijk met het wegvallen van de tijdelijke ruimte Broelkaai.
De Palace wordt dus de uitvalsbasis van drie professionele jeugdwerkorganisaties. We zien hierin een zeer sterk toekomstverhaal met synergie en onderlinge versterking.
Bolwerk zit in laatste fase van de renovatie site Kanaal127 en wordt nu vooral inhoudelijk en infrastructureel ondersteund. Voor hen wordt in de komende periode een rechtstreekse erfpacht voorzien.
De reglementen zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met verschillende partners uit het werkveld (interne collega's, De Stroate, Quindo, Formaat). Hun expertise en inzichten hebben de reglementen mee vormgegeven, zodat deze aansluiten bij de praktijk en de noden van jeugdwerkorganisaties. Door deze gezamenlijke inspanning weerspiegelt het document een breed gedragen visie en reglement voor ons kwaliteitsvol jeugdwerk.
Het reglement erkenning en subsidiëring voor professionele jeugdwerkorganisaties, zoals opgenomen in bijlage bij huidige nota, goed te keuren.
Het reglement erkenning en subsidiëring voor semiprofessionele jeugdwerkorganisaties, zoals opgenomen in bijlage bij huidige nota, goed te keuren.
Opdracht te geven aan Tranzit om de erkenningsaanvragen, subsidieaanvragen en opvolgingsgesprekken volgens dit reglement op te volgen.