Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

2025_GR_00294 - Gemeentelijke administratieve sancties - Aanpassing van de Algemene Politieverordening van de stad Kortrijk - Herziening van de afvalregelgeving - Goedkeuren

Gemeenteraad
ma 15/12/2025 - 19:00 raadszaal
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Andere.

Samenstelling

Aanwezig

Ruth Vandenberghe, burgemeester; Wout Maddens, schepen; Hannelore Vanhoenacker, schepen; Maxim Veys, schepen; Felix De Clerck, schepen; Trui Steenhoudt, schepen; Stephanie Demeyer, schepen; Wouter Allijns, schepen; Giovanny Saelens, schepen; Philippe De Coene, raadslid; Kelly Detavernier, raadslid; Axel Weydts, raadslid; Liesbet Maddens, raadslid; Wouter Vermeersch, raadslid; Helga Kints, raadslid; Veronique Decaluwe, raadslid; Philippe Dejaegher, raadslid; Nawal Maghroud, raadslid; Carmen Ryheul, raadslid; Tine Soens, raadslid; Liesbeth Vercaemst, raadslid; Mia Cattebeke, raadslid; Sien Vandevelde, raadslid; Arthur Vandenbulcke, raadslid; Anaïs de Bethune, raadslid; Lieselot Declercq, raadslid; Franciska Buysschaert, raadslid; Jeroen Ceuppens, raadslid; Anke Seynaeve, raadslid; Peter Sustronck, raadslid; Marniek De Bruyne, raadslid; Nysa Vandersteene, raadslid; Karel Descheemaeker, raadslid; Marleen Dierickx, raadslid; Miet Callens, raadslid; Nele Haghebaert, raadslid; Eloïs Rousseau, raadslid; Jeppe Remy; Carlo Daelman, algemeen directeur; Vincent Van Quickenborne, voorzitter

Verontschuldigd

Pieter Soens, raadslid; Nicolas Beugnies, raadslid

Secretaris

Carlo Daelman, algemeen directeur

Voorzitter

Vincent Van Quickenborne, voorzitter
2025_GR_00294 - Gemeentelijke administratieve sancties - Aanpassing van de Algemene Politieverordening van de stad Kortrijk - Herziening van de afvalregelgeving - Goedkeuren 2025_GR_00294 - Gemeentelijke administratieve sancties - Aanpassing van de Algemene Politieverordening van de stad Kortrijk - Herziening van de afvalregelgeving - Goedkeuren

Motivering

Aanleiding en context

De APV van de stad betreft een waardevol beleidsondersteunend instrument, dat bij voorkeur periodiek geactualiseerd wordt. Een dergelijke aanpak laat de stad immers toe om haar lokale regelgeving up-to-date te houden in het licht van 1) de maatschappelijke noden en evoluties en 2) wijzigende hogere regelgeving, waarmee lokale regelgeving steeds in overeenstemming dient te zijn.

Het opzet van onderhavige nota valt uiteen in vier componenten :

1)  lokale regelgeving aligneren met hogere rechtsnormen

1.1.  Gescheiden inzameling van groente-, fruit-, tuin- en keukenafval (afgekort : "gf(t)/keukenafval")

Artikel 22, alinea 1 van de Europese Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen, stipuleert het volgende : "De lidstaten zorgen ervoor dat bioafval uiterlijk 31 december 2023 in overeenstemming met artikel 10, leden 2 en 3, ofwel aan de bron wordt gescheiden en gerecycleerd, ofwel gescheiden wordt ingezameld en niet gemengd wordt met andere soorten afval".

Deze Europese richtlijn werd door het Vlaamse Gewest geïmplementeerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten.

Het Vlaamse Gewest rekent vervolgens op de lokale besturen om voor hun grondgebied een gedegen afvalinzamelingsbeleid uit te werken, dat evenwel steeds in overeenstemming dient te zijn met de hogere regelgeving. Zij heeft de overheidsinstelling OVAM aangeduid om de lokale besturen hierin bij te staan en ter zake controle uit te oefenen. In het licht van de haar toevertrouwde taken heeft OVAM op 05.05.2023 het "uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voor de periode 2023 - 2030" (ook het "Lokaal Materialenplan 2023-2030” genoemd) gepubliceerd. Het plan betreft geen rechtsbron, maar is bedoeld als beleidsplan om de lokale besturen bij het uitwerken van hun lokale beleid de juiste richting uit te sturen. Het beleidsplan is bijgevolg enkel bindend voor de lokale besturen, doch niet voor individuele burgers.

In het "Lokaal Materialenplan 2023-2030" wordt voorzien in een mogelijkheid voor lokale besturen - hetzij bij monde van de intercommunale afvalorganisatie waarvan zij deel uitmaken - om OVAM op gemotiveerde wijze te verzoeken om een uitstel van bovenbeschreven verplichting naar 01.01.2026, waarna OVAM discretionair de gegrondheid van dit verzoek zal beoordelen (zie ACTIE 22 - blz. 74 van het "Lokaal Materialenplan 2023-2030"). Een dergelijke verzoek om uitstel is destijds - onder meer namens de stad Kortrijk - aan OVAM gericht geweest door de afvalintercommunale IMOG, teneinde de nodige praktische voorbereidingen te kunnen treffen (bv. de aankoop van afvalrecipiënten, de aanpassing van de ophaalcontracten, het uitwerken van een nieuw retributiesysteem, enz.), en werd uiteindelijk ook aanvaard door OVAM.

Louter ter informatieve titel wordt nog meegegeven dat deze uitstelmogelijkheid uitsluitend voorzien werd voor de gescheiden inzameling van huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfs-gf(t)/keukenafval. Voor wat betreft het niet-vergelijkbaar bedrijfs-gf(t)/keukenafval, waarvan de ophaling gebeurt door private, door de handelaar zelf aan te stellen personen is de deadline van 01.01.2024 steeds blijven gelden. Inbreuken op foutieve inzameling van niet-vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen vallen evenwel sowieso buiten de bestuurlijke handhavingsbevoegdheid van de lokale besturen en worden vervolgd door het Parket op grond van artikel 12 van het Materialendecreet.

1.2.  Afvalpreventie door gebruik van DIFTAR-containers

Artikel 9 van gezegde Europese Richtlijn (EU) 2018/851 draagt de lidstaten verder op om maximaal in te zetten op afvalpreventie. Dienaangaande stelt het "Lokaal Materialenplan 2023-2030” dat de gemiddelde inwoner effectief minder huisvuil aanbiedt in een gemeente of stad waar een hoger tarief geldt voor huisvuil. Daarnaast wordt in gemeenten met gewichtsdiftar gemiddeld minder huisvuil aangeboden dan in gemeenten met volumediftar. Het tarief voor gewichtsdiftar wordt daarbij berekend als de som van een kost per kg, aangevuld met een aanbiedings- of ledigingskost eveneens omgezet naar een gemiddelde bijkomende kost per kg.  [...]  Vanuit deze overwegingen, wordt de lokale besturen gevraagd om, in het kader van de ambitieuze restafvaldoelstellingen, hun tarievenbeleid onder de loep te nemen. Gemeenten waar de huisvuil- en grofvuiltarieven onderaan de vork zitten, kunnen bijvoorbeeld een verhoging overwegen op het moment dat er bijkomend bioafval selectief wordt ingezameld. Daardoor kunnen de totale kosten voor de burger gelijk blijven. Gemeenten die met volumediftar werken, kunnen een overschakeling op gewichtsdiftar overwegen. (zie Titel 6.4.1. Tarieven restafval, alinea's 4 en 6 - blz. 91 van het "Lokaal Materialenplan 2023-2030").

2)  Actualisatie van bestaande regelingen

Bepaalde bestaande regelingen dienen aangepast te worden, niet omdat deze aanpassingen rechtstreeks zouden voortvloeien uit hogere rechtsnormen, doch veeleer omdat de regeling waarop zij slaan, een in onbruik geraakte praktijk betreft.

3)  Uitwerking van een regeling rond enkele nieuwe vormen van selectieve afvalinzameling

Sedert enkele jaren kunnen de Kortrijkse inwoners gebruik maken van mobiele recyclageparken om kleine hoeveelheden van welbepaalde afvalsoorten selectief in te zamelen. Met ingang vanaf 01.01.2026 komen daar eveneens (semi)-ondergrondse afvalinzamelingssystemen bij. Tot op vandaag kennen deze bijkomende inzamelingsvormen nog geen regeling in de APV.

4)  Louter tekstuele herformuleringen van bestaande bepalingen

Een aantal bestaande bepalingen worden deels herschreven met het oog op een duidelijkere terminologie, een herschikking of het wegwerken van herhalingen en/of verder aangevuld met toevoegingen die noodzakelijk zijn gebleken dankzij de dagdagelijkse praktijk en het voortschrijdend inzicht.

Argumentatie

1. Motivering voor de wijziging van de naam van "HOOFDSTUK 1. Algemeen onderhoud en reinheid van de openbare weg en het openbaar domein" van het vierde titel van het Algemeen Deel van de APV, te weten "TITEL 4 : OPENBARE REINHEID EN GEZONDHEID", alsook van de artikelen 72, 73 en 74

De voorgestelde aanvullingen in artikel 72 zijn het gevolg van praktijkdossiers inzake algemeen sluikstort, waarmee team GAS geconfronteerd werd en waarvan het moest vaststellen dat er in de APV niet voorzien was in een specifiek op het voorliggende probleem afgestemde regeling. Tot vandaag diende team GAS zich daarbij vaak te behelpen met afleidingen uit bestaande bepalingen of - in sommige gevallen - zelfs a contrario-redeneringen. Aanpassing zoals deze zijn legio, vermits recht een dynamisch begrip/proces betreft.

Voorts wordt onder de huidige titel voorgesteld om de artikelen 73 en 74 te versmelten tot één bepaling, nu zij beiden handelen over de aansprakelijkheid van burgers om te vegen/wieden voor eigen deur. Er bestaat ter zake geen enkele reden om de bestaande aansprakelijkheidsregeling uit elkaar te trekken op basis van de loutere feitelijkheid dat er moet opgetreden worden voor een eengezins-, dan wel meergezinswoning. Er kan perfect gewerkt worden met paragrafen binnen hetzelfde artikel, hetgeen de rechtsduidelijkheid voor de raadpleger van de APV alleen maar ten goede komt.

Tot slot wordt voorgesteld om de bestaande aansprakelijkheidsregeling ingeval van meergezinswoningen te vereenvoudigen. Zo :

  • valt elke situatie, zoals opgenomen in artikel 49, §§2 tot en met 5 van de APV, de facto terug te brengen tot ofwel het hebben van hetzij een zakelijk recht (bv. (naakte) eigendom, vruchtgebruik,...), hetzij een persoonlijk recht (bv. huur, feitelijke gebruiker/bewoner,...) op het onroerend goed;
  • wordt op deze manier meteen een mogelijkheid geboden om de term "aangelanden" te laten varen; een term waarvan de betekenis/draagwijdte, bij gebrek aan degelijke wettelijke definiëring, in de praktijk tot heel veel onduidelijkheid leidt;
  • wordt in eerste instantie niet langer de syndicus of beheerder, doch meteen de Vereniging van Mede-eigenaars (VME) aangesproken. Uiteindelijk is het de keuze van de VME om al dan niet met een syndicus te werken en moeten zij kennisgevingen in voorkomend geval maar doorsturen. Bovendien worden syndici - in tegenstelling tot de VME's - niet consequent vermeld in het KBO-register, hetgeen het van tijd tot tijd onmogelijk maakt om GAS-dossiers op fatsoenlijke wijze op te starten.

De artikelen 72, 73 en 74 worden gewijzigd, zoals weergegeven op bladzijde 21 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.


2. Motivering voor de wijziging van de artikelen 88 t.e.m. 93, alsook de artikelen 96 t.e.m. 101 inhoudende algemene bepalingen inzake afvalinzameling

Het gros van de onder deze titel voorgestelde wijzigingen hebben een loutere verduidelijkende functie.

Nieuwigheden zijn :

  • artikel 90, §1 : het gebruik van de straatvuilnisbakken voor het deponeren van waaivuil (voorheen uitsluitend occasioneel afval);
  • artikel 92, §3 : de toelating om afval tijdelijk op een andere locatie dan voor de eigen deur aan te bieden met het oog op de huis-aan-huis inzameling ingeval van wegenwerken;
  • artikel 98 : de koppeling van de reeds bestaande verplichting voor handelaars om de onmiddellijke omgeving rond hun zaak proper te houden, aan een welbepaalde frequentie, met name minimum 1x daags;
  • artikel 99 : de uitwerking van een aansprakelijkheidsregeling ingeval van schending van de bestaande regels rond reclame- en regionale pers bedeling;
  • artikel 101 : de bepaling van enkele uitzonderingen van openbaar nut op het verbod om drukwerk/geschriften achter te laten op voertuigen.

Doorgaans gaat het hier om de reglementaire verankering van praktijken die, op grond van een vorm van gewoonterecht, al geruime tijd gangbaar - en bijgevolg ingeburgerd - zijn.

Verder wordt artikel 100 opgeheven, nu de enige zinsnede dat het bevat, mede gelet op de uitgebreidere regeling in artikel 309ter van de APV, geen enkele toegevoegde waarde heeft.  

De artikelen 88 t.e.m. 93 en 96 t.e.m. 101 worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 23 t.e.m. 25 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.


3. Motivering voor de wijziging van de tekst van artikel 114 van de APV en de opsplitsing ervan in een bijkomend nieuw artikel 114bis

Vooreerst is de structuur van het bestaande artikel 114 niet logisch. De verplichting om een hond een leiband aan te doen heeft niets te maken met de verplichting om hondenpoepzakjes bij zich te hebben en hoort bijgevolg niet in hetzelfde artikel te staan. Dit geldt eens te meer, nu de enige summiere zinsnede inzake de leibandverplichting nagenoeg volledig ondergesneeuwd geraakt door de omvangrijkere tekst rond de hondenpoepzakjes. Voor de raadpleger van de APV bemoeilijkt dit nodeloos de lectuur.

Verder worden intrinsiek geen wijzigingen aangebracht aan de bestaande APV-tekst. De voorgestelde aanpassingen spruiten veeleer voort uit een streven naar een duidelijker en/of correcter taalgebruik.

De artikelen 114 en 114bis worden gewijzigd, respectievelijk toegevoegd, zoals weergegeven op bladzijde 27 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.


4. Motivering voor de wijziging van de artikelen 269 t.e.m. 295, alsook de artikelen 296 t.e.m. 307 inzake diverse reeds bestaande vormen van selectieve afvalinzameling

Het gros van de onder deze titel voorgestelde wijzigingen hebben een loutere verduidelijkende functie of vloeien voort uit aanpassingen in de hogere milieuregelgeving, waarmee lokale regelgeving steeds in overeenstemming dient te zijn.

Nieuwigheden zijn :

  • artikel 269 (+ de opheffing van de artikelen 296 t.e.m. 299) : vergelijkbaar bedrijfsafval wordt volledig gelijk geschakeld met huishoudelijk afval en is bijgevolg niet langer te weerhouden als apart in te zamelen afvalstroom;
  • artikel 271 : de mogelijkheid om huishoudelijk restafval en vergelijkbaar bedrijfsrestafval voortaan ook aan te bieden via het recyclagepark;
  • artikel 271bis, 274, 275§2 en 275bis : de invoeging van de (gebruiks)regels in verband met de DIFTAR-restafvalcontainer en de hieraanverbonden retributierekening, in navolging van het door OVAM uitgebrachte advies, zoals besproken onder subtitel 1.2 van het deel "MOTIVATIE - Aanleiding en context" van onderhavige nota.
  • artikel 280, §2 en §4 : verbod om meer dan één kubieke meter aan papier- en kartonafval per aanleveringsadres per ophalingsbeurt aan te bieden (hetgeen verantwoord is, vermits inbreuken met betrekking tot dergelijke hoeveelheden huishoudelijk afval, op grond van het bepaalde onder titel VI.1., zesde alinea van de Arrondissementele Omzendbrief WVL 2024/05 van 20 februari 2024 bij het gewijzigde Protocolakkoord van 27 februari 2025, sowieso onder de handhavingsbevoegdheid van het Parket vallen), alsook het verbod op het aanbieden van vervuild papier en karton.
  • artikel 287 : de mogelijkheid om huishoudelijk P.M.D.-afval en vergelijkbaar bedrijfs-P.M.D.-afval voortaan ook aan te bieden via het recyclagepark;
  • artikelen 299bis en 299ter : regeling rond een nieuwe selectieve inzamelingsmogelijkheid van hechtgebonden asbestcement-afval (voorheen enkel via aanbieding via het recyclagepark)
  • voor wat betreft alle afvalstromen die aangeboden kunnen worden met het oog op de huis-aan-huis inzameling : de stad Kortrijk draagt zelf zorg voor de inzameling van het restafval en weldra ook van het GF(t)/keukenafval. Vermits de vuilniswagens reeds vanaf 3u00 vertrekken uit hun stelplaats, wordt aangeraden het uiterlijke tijdstip voor het buiten plaatsen van restafval en GF(t)/keukenafval te vervroegen van 5u00 naar 3u00. Teneinde rechtsduidelijkheid en uniformiteit te scheppen naar de burger toe, wordt voorts voorgesteld om hetzelfde tijdstip te hanteren voor alle andere huis-aan-huis in te zamelen afvalstromen, ook al gebeurt deze inzameling door de afvalintercommunale IMOG of een erkende, externe partner. Vermits het leeuwendeel der op te halen afvalrecipiënten aan de vooravond van de ophaling wordt buiten geplaatst - en er alleszins nog weinig recipiënten zullen klaar gezet worden tussen 3u00 en 5u00 - vallen er geen praktische nadelen te verwachten voor de inwoners van de stad.

Voorts worden de artikelen 281 t.e.m. 283 (selectieve inzameling van klein gevaarlijk afval (K.G.A.)) en 288bis en 288ter (selectieve inzameling van plastic folies en zakken) opgeheven, vermits er voor deze afvalstromen geen aparte inzamelprocedés meer nodig zijn. Plastic folies mogen voortaan in de P.M.D.-afvalzak gedeponeerd worden en K.G.A. wordt nog uitsluitend ingezameld via het recyclagepark, op de wijze zoals die in het huishoudelijk reglement van het recyclagepark bepaald wordt.

Artikel 269 t.e.m. 295 en 296 t.e.m. 307 worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 66 t.e.m. 79 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.


5. Motivering voor de toevoeging van "Afdeling 9bis. Selectieve inzameling van *GF(t)/keukenafval" onder "HOOFDSTUK 1. Verwijdering van *huishoudelijke afvalstoffen en *vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" van het vierde titel van het Bijzonder Deel van de APV, te weten "TITEL 4. OPENBARE GEZONDHEID EN REINHEID", alsook voor de toevoeging van de nieuwe artikelen 295bis, 295ter en 295quater onder deze nieuwe afdeling

Voor de ratio legis van de onder deze titel voorgestelde toevoegingen wordt verwezen naar de uiteenzetting onder subtitel 1.1 van het deel "MOTIVATIE - Aanleiding en context" van onderhavige nota.

De nieuwe afdeling 9bis en haar artikelen 295bis, 295ter en 295quater worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 75 en 76 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.


6. Motivering voor de toevoeging van "Afdeling 12. Mobiele recyclageparken" onder "HOOFDSTUK 1. Verwijdering van *huishoudelijke afvalstoffen en *vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" van het vierde titel van het Bijzonder Deel van de APV, te weten "TITEL 4. OPENBARE GEZONDHEID EN REINHEID", alsook voor de toevoeging van de nieuwe artikelen 307bis en 307ter onder deze nieuwe afdeling

Sedert 2020 kunnen beperkte hoeveelheden afval selectief ingezameld worden via mobiele recyclageparken. De exploitatie valt onder de bevoegdheid van de afvalintercommunale IMOG, dat de bij haar aangesloten lokale besturen thans voor het eerst verzocht heeft om een regeling ter zake op te nemen in de APV en hiertoe een voor de ganse IMOG-zone uniforme ontwerptekst inhoudende de correcte gebruiksregels heeft voorgesteld.

De nieuwe afdeling 12 en haar artikelen 307bis en 307ter worden gewijzigd, zoals weergegeven op bladzijde 79 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.


7. Motivering voor de toevoeging van "Afdeling 13. *(Semi-)ondergrondse inzamelsystemen" onder "HOOFDSTUK 1. Verwijdering van *huishoudelijke afvalstoffen en *vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" van het vierde titel van het Bijzonder Deel van de APV, te weten "TITEL 4. OPENBARE GEZONDHEID EN REINHEID", alsook voor de toevoeging van de nieuwe artikelen 307quater en 307octies onder deze nieuwe afdeling

Vanaf 01.01.2026 zullen bewoners van stadsbuurten, die gekenmerkt worden door verzamelpunten van grote hoeveelheden, voor de huis-aan-huis inzameling aangeboden afvalrecipiënten (bv. ingevolge de aanwezigheid van appartementsgebouwen of moeilijk voor de vuilniskar bereikbare woonbuurten), verplicht gebruik moeten maken van (semi-)ondergrondse afvalcontainers, zodat dergelijke afvalbergen geen belemmering (meer) kunnen vormen voor 1) de openbare orde en veiligheid en 2) de aanschouw en de netheid van deze stadsdelen. Middels dit titel wordt aan de gemeenteraad de gebruiksregeling van deze afvalsystemen voorgelegd.

De nieuwe afdeling 13 en haar artikelen 307quater en 307octies worden gewijzigd, zoals weergegeven op de bladzijden 79 en 80 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.


8. Motivering voor de wijziging en aanvulling van het "Begrippenkader van het Algemeen Deel" van de APV

Bestaande en nieuwe omschrijvingen dienen vanzelfsprekend geactualiseerd, respectievelijk toegevoegd te worden voor een correct begrip met betrekking tot de correcte reikwijdte van bepaalde verplichtingen, teneinde burgers zoveel als mogelijk te behoeden voor onvrijwillige inbreuken op de selectieve inzamelingsregels.

Het begrippenkader van het Algemeen Deel van de APV wordt gewijzigd en aangevuld, zoals weergegeven op de bladzijden 118 t.e.m. 125 van de bijlage "Actuele APV met gemarkeerde wijzigingen" bij onderhavige nota.

Juridische grond

  • Artikelen 119, 119bis en 135 van de Nieuwe Gemeentewet.
  • Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (ook "het Materialendecreet" genoemd")
  • Artikelen 1.2.1. , 2.1.1. , 4.3.1. , 4.3.1/1. , 5.1. en 6.1.1.1. van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (afgekort "VLAREMA") (= uitvoeringsbesluit, behorende bij het Materialendecreet)
  • Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sanctie, zoals gewijzigd door de Wet van 11 december 2023 (B.S. 29 december 2023)
  • Het uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval voor de periode 2023 - 2030 (ook "het Lokaal Materialenplan 2023-2030” genoemd)

Regelgeving bevoegdheid

De GR is bevoegd op basis van artikel 40-41 decreet lokaal bestuur.

Besluit

De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 39 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:

  • 31 ja-stemmen: W. Allijns, S. Buysschaert, M. Cattebeke, J. Ceuppens, A. de Bethune, , F. De Clerck, P. De Coene, V. Decaluwe, L. Declercq, P. Dejaegher, S. Demeyer, K. Detavernier, N. Haghebaert, H. Kints, W. Maddens, L. Maddens, N. Maghroud, J. Remy, E. Rousseau, G. Saelens, A. Seynaeve, T. Soens, T. Steenhoudt, P. Sustronck, V. Van Quickenborne, R. Vandenberghe, A. Vandenbulcke, S. Vandevelde, H. Vanhoenacker, M. Veys, A. Weydts
  • 6 nee-stemmen: M. De Bruyne, K. Descheemaeker, C. Ryheul, N. Vandersteene, L. Vercaemst, W. Vermeersch
  • 2 onthoudingen: M. Callens, M. Dierickx

De raad beslist het volgende:


De gemeenteraad beslist:

Punt 1

De naam van HOOFDSTUK 1 onder de vierde titel van het Algemeen Deel van de APV, alsook de inhoud van de artikelen 72, 73 en 74 van de APV, als volgt goed te keuren :

HOOFDSTUK 1. Algemeen onderhoud en reinheid

[...]

Art. 72

§1. Het is verboden om, buiten de voorziene huis-aan-huis ophalingen en inzamelingen, zowel op openbare plaatsen en het openbaar domein, als in de lokale binnenwateren bevuilende materialen, afvalstoffen of vloeistoffen te storten, gooien, verzamelen, stapelen of achter te laten, wanneer deze schade kunnen berokkenen aan de netheid, openbare veiligheid, hygiëne of kwaliteit van het leefmilieu en ongeacht of zij biologisch afbreekbaar van aard zijn.

§2. Ieder persoon die een openbare plaats heeft bevuild of laten bevuilen, dient onverwijld al het nodige te doen om deze plaats opnieuw in nette staat te herstellen. Dit geldt eveneens voor de landbouwers, tuinbouwers en bouwaannemers die in de uitoefening van hun werkzaamheden openbare plaatsen bevuilen of er vreemde stoffen op achterlaten. 

Art. 73

§1. De feitelijke bewoners/gebruikers of – in afwezigheid hiervan – de zakelijke rechthebbenden van een gebouw of perceel grond zijn er hoofdelijk toe gehouden om de voetpaden, bermen, rioolroosters en straatgoten ter hoogte van hun onroerend goed, in nette staat te houden door onder meer vuilnis, modder en onkruid weg te nemen.

§2. Ingeval van meergezinswoningen, is de Vereniging van Mede-eigenaars verantwoordelijk voor de nakoming van de in §1 bedoelde verplichting. Bij gebreke aan Vereniging van Mede-eigenaars zijn alle bewoners van de meergezinswoning hoofdelijk verantwoordelijk voor de nakoming van de in §1 bedoelde verplichting.

§3. In afwijking van de vorige paragrafen, mag zand dat naar aanleiding van openbare werken uitgestrooid werd, gedurende de eerste acht dagen niet verwijderd worden.

Art. 74

Opgeheven

Punt 2

De inhoud van de artikelen 88 t.e.m. 93 en de artikelen 96 t.e.m. 101 van de APV als volgt goed te keuren :

HOOFDSTUK  3. Verwijdering van afvalstoffen

Afdeling 1. Algemene bepalingen 

Art. 88

Het is verboden om het even welke aangeboden afvalstof mee te nemen. Alleen de ophalers zijn gerechtigd om afvalstoffen in te zamelen.

Afdeling 2. Aanbieding van afvalstoffen

Art. 89

Afvalstoffen dienen aangeboden te worden zoals voorzien in deze verordening. Afvalstoffen, aangeboden op een wijze of tijdstip dat niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening, worden niet aanvaard. De aanbieder dient dezelfde dag nog de niet-opgehaalde afvalstoffen terug te nemen.

Art. 90

§1. Straatvuilnisbakken zijn enkel bestemd voor het deponeren van *occasioneel afval en waaivuil.

§2. *Bladkorven en bladzakken zijn enkel bestemd voor het deponeren van afgevallen bladeren die afkomstig zijn van openbaar groen.

Art. 91

Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen bij huis–aan–huis–inzameling wordt uitgevoerd door de hiertoe aangestelde medewerkers van het lokaal bestuur en de afvalintercommunale of – in voorkomend geval – ieder ander hiertoe rechtsgeldig aangesteld persoon.

Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen via het *recyclagepark wordt uitgevoerd door de parkwachter. 

De in de bovenstaande leden bedoelde personen verstrekken in het kader van hun toezicht de nodige richtlijnen voor een correcte aanbieding. Ze mogen de aanbieders wijzen op foutieve aanbiedingen en de afvalstoffen zo nodig weigeren.

Art. 92

§1. De voorgeschreven recipiënten of anders aangeboden afvalstoffen dienen door de inwoners altijd aangeboden te worden aan de rand van de openbare weg en vóór het betrokken perceel waar de aanbieder gevestigd is, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen.

§2. Voor plaatsen of stegen die niet door de wagens van de ophaaldienst bereikbaar zijn, dient de aanbieder de voorgeschreven recipiënten of anders aangeboden afvalstoffen te plaatsen op de dichtst bij zijn perceel grenzende openbare weg die wel toegankelijk is of op de hiertoe door de bevoegde overheid (tijdelijk) toegestane plaats.

§3. Ingeval van wegenwerken moeten de feitelijke bewoners/gebruikers van de panden op de betrokken adressen de alternatieve inzamelmodaliteiten, die door het lokale bestuur gecommuniceerd worden, volgen.

Art. 93

De inwoners die een reglementair afvalrecipiënt aanbieden voor huis-aan-huis-inzameling, zijn verantwoordelijk voor dit recipiënt en het eventuele waaivuil dat hiervan afkomstig is. Zij staan zelf in voor het opruimen ervan.


[...]


Art. 96

Afvalstoffen dienen op een zodanige wijze aangeboden te worden dat zij geen risico inhouden voor de veiligheid en gezondheid van de ophaler, noch de ophaler kunnen besmeuren. Dit houdt onder meer in dat de aanbieder er moet voor zorgen dat het inzamelrecipiënt zorgvuldig gesloten is en geen scheuren, barsten of lekken vertoont en dat scherpe voorwerpen zodanig verpakt worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers. 

Afdeling 3. Afval op standplaatsen

Art. 97

De uitbater van een vaste, tijdelijke of verplaatsbare inrichting, die niet onder toepassing valt van specifieke reglementering en tabaksproducten, voedingswaren of dranken aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt, dient op een behoorlijke wijze, voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare selectieve afvalrecipiënten te voorzien en staat in voor een correcte verwijdering en verwerking van het afval. De recipiënten moeten voorzien zijn van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welke afvalstoffen erin gedeponeerd mogen worden.

De instructies van de bevoegde overheid met betrekking tot het aantal en de plaatsingslocatie van de in het vorige lid bedoelde recipiënten, alsook de aard van de in te zamelen afvalstoffen, dienen strikt en onvoorwaardelijk nageleefd te worden.

Art. 98

De uitbater dient de recipiënten zelf tijdig te ledigen en zowel de eigen standplaats, als de onmiddellijke omgeving rond de inrichting op zodanige wijze rein te houden, dat al deze locaties tenminste een keer per openingsdag volledig proper zijn.

Afdeling 4. Reclamedrukwerk en gratis regionale pers

Art. 99

§1. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden of achter te laten op andere plaatsen, anders dan de brievenbus.

In afwijking van het eerste lid, is het verboden :

  1. reclamedrukwerk te deponeren in de brievenbussen die voorzien zijn van een sticker waarmee de feitelijke bewoners/gebruikers te kennen geven dat zij geen reclamedrukwerk, maar wel gratis regionale pers wensen;
  2. reclamedrukwerk en gratis regionale pers te deponeren in de brievenbussen die voorzien zijn van een sticker waarmee de feitelijke bewoners/gebruikers te kennen geven dat zij noch reclamedrukwerk, noch gratis regionale pers wensen.

§2. De aansprakelijkheid ingeval van niet-naleving van de in §1. bepaalde verboden, rust in eerste instantie op de bedeler.

§3. Indien de bedeler niet geïdentificeerd kan worden, rust de aansprakelijkheid op de verantwoordelijke uitgever, tenzij deze laatste het bewijs levert dat hij de feitelijke aanplakker gewezen heeft op de in §1 voorgeschreven verboden.

§4. Kunnen noch de bedeler, noch de verantwoordelijke uitgever geïdentificeerd worden, dan is de natuurlijke persoon, feitelijke vereniging of rechtspersoon voor wie of voor wiens activiteiten reclame wordt gemaakt, ter zake aansprakelijk, tenzij deze laatste het bewijs levert dat hij de bedeler gewezen heeft op de in §1 voorgeschreven verboden.

Art. 100

Opgeheven

Art. 101

Het is verboden, documenten, stalen, drukwerk of reclame op voertuigen te bevestigen.

Dit verbod geldt evenwel niet voor :

  1. preventiedrukwerk uitgaande van het lokaal bestuur of de politionele diensten;
  2. kennisgevingsberichten van een inbreuk op de toepasselijke lokale, gewestelijke of federale regelgeving, op voorwaarde dat zij uitgaan van daartoe bevoegde en erkende vaststellers; 
  3. parkeerretributies.

Punt 3

De inhoud van de artikelen 114 en 114bis van de APV als volgt goed te keuren :

Art. 114

Honden moeten aan de leiband gehouden worden op de openbare weg en op openbare plaatsen.

Art. 114bis

§1. Iedereen die een hond begeleidt, moet op ieder ogenblik minstens één voldoende groot en dichtknoopbaar zakje bij zich hebben, opdat het onmiddellijk verwijderen van uitwerpselen de ganse verplaatsing verzekerd kan worden.

De begeleider van de hond dient te allen tijde en op eerste verzoek van de in de artikelen 20 en 21 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties bedoelde personen in staat te zijn om een dergelijk zakje te tonen.

§2. Het zakje met de uitwerpselen mag alleen gedeponeerd worden in de in art. 90, §1 van deze verordening bedoelde straatvuilnisbakken of aangeboden worden in het kader van huis–aan–huis afvalinzameling, zoals bedoeld in de artikelen 271 tot en met 275 van deze verordening.

§3. Dit artikel is niet van toepassing op blinden met geleidehond en rolstoelgebruikers.

§4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de inhoud van art. 73 van deze verordening.

Punt 4

De inhoud van de artikelen 269 t.e.m. 295 en van de artikelen 296 t.e.m. 307 van de APV goed te keuren, zoals weergegeven op de bladzijden 66 t.e.m. 75 van de bijlage "Algemene politieverordening - definitieve versie 15.12.2025" bij onderhavige nota.

Punt 5

De naam en structuur met onderafdelingen van de nieuwe afdeling 9bis onder het eerste hoofdstuk van de vierde titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook de inhoud van de nieuwe artikelen 295bis, 295ter en 295quater van de APV, als volgt goed te keuren :

Afdeling 9bis. Selectieve inzameling van *GF(t)/keukenafval

Onderafdeling 1. Inzameling

Art. 295bis

GF(t)/keukenafval wordt ingezameld :

  1. via de wekelijkse huis-aan-huis ophaling langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht, op de in de afvalkalender vastgestelde data;
  2. in de recyclageparken die deze mogelijkheid uitdrukkelijk voorzien hebben in hun huishoudelijk reglement.

Art. 295ter

De in artikel 295quater van deze verordening bedoelde afvalemmer wordt uitsluitend geledigd op voorwaarde dat de diftar-rekening van de aanbieder voorafgaandelijk gedebiteerd kon worden met het verschuldigde bedrag van de retributie voor de afvalophaling, berekend en bepaald op grond van het “Algemeen retributiereglement”.

Onderafdeling 2. Wijze van aanbieding

Art. 295quater

§1. Het GF(t)/keukenafval mag uitsluitend aangeboden worden in een door de afvalintercommunale IMOG erkende afvalemmer.

§2. De in §1 bedoelde afvalemmer dient volledig gesloten aangeboden te worden. Aangeboden afvalemmers, waarvan het deksel ingevolge een uitpuilende inhoud – hetzij gedeeltelijk – open staat, worden geweigerd door de afvalophalers.

§3. De afvalstoffen mogen ten vroegste de dag voorafgaand aan de ophaaldag vanaf 17u00 en ten laatste op de ophaaldag zelf om 3u00 buiten geplaatst worden.

Punt 6

De naam en structuur met onderafdelingen van de nieuwe afdeling 12 onder het eerste hoofdstuk van de vierde titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook de inhoud van de nieuwe artikelen 307bis en 307ter van de APV, als volgt goed te keuren :

Afdeling 12. Mobiele recyclageparken

Onderafdeling 1. Toegankelijkheid

Art. 307bis

§1. Het mobiele recyclagepark is uitsluitend bestemd voor de inzameling van kleine hoeveelheden huishoudelijk afval dewelke te voet, met de fiets of met de kruiwagen aangeleverd worden door buurtbewoners.

§2. De stad bepaalt de locaties en data waarop inzamelingen plaatsvinden, en maakt deze, te samen met de inzamelvoorwaarden, bekend via de afvalkrant, de website en/of de afvalkalender.

Onderafdeling 2. Gebruik

Art. 307ter

De voorschriften die op de afvalcontainers aangebracht werden, alsook de in toepassing van art. 91 van deze verordening gegeven instructies van de recyclageparkwachters moeten te allen tijde gerespecteerd worden.

Punt 7

De naam en structuur met onderafdelingen van de nieuwe afdeling 13 onder het eerste hoofdstuk van de vierde titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook de inhoud van de nieuwe artikelen 307quater t.e.m. 307octies van de APV, als volgt goed te keuren :

Afdeling 13. *(Semi-)ondergrondse inzamelsystemen

Onderafdeling 1. Toegankelijkheid

Art. 307quater

De bevoegde overheid bepaalt op welke locaties een ondergrondse inzamelsysteem mag komen voor huishoudelijk afval. Het geplaatste ondergrondse inzamelsysteem en het aantal inzamelrecipiënten wordt op advies van de afvalintercommunale IMOG door de bevoegde overheid gekozen en goedgekeurd. De ondergrondse inzamelsystemen moeten voldoen aan alle kwalitatieve en technische voorwaarden, opgelegd door de afvalintercommunale IMOG.

Art. 307quinquies

In woonsites waar ondergrondse inzamelsystemen geïnstalleerd werden, zijn de bewoners verplicht om, voor wat betreft het deponeren van de afvaltypes waarvoor de inzamelsystemen bestemd zijn, gebruik te maken van deze inzamelsystemen. Enkel wanneer geen inzamelsysteem voorzien werd voor de inzameling van een welbepaald afvaltype, mag de aanbieding van dit afvaltype gebeuren overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

De bewoners dienen zich ter hoogte van het inzamelrecipiënt, voorafgaand aan de aanbieding van de afvalstoffen, te identificeren middels hun identiteitskaart of gebruikersbadge.

Onderafdeling 2. Gebruik

Art. 307sexies

§1. De ondergrondse inzamelsystemen worden uitsluitend aangewend voor de selectieve inzameling van restafval, PMD-afval, GF(t)/keukenafval, glas en papier en karton. Zij worden voorzien van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welk afvaltype er in gedeponeerd mag worden.

§2. De aangeboden afvalfracties moeten gescheiden worden gedeponeerd in hun respectieve inzamelsystemen. Het gebruik van een foutief inzamelsysteem wordt beschouwd als sluikstorten.

De aanbieders nemen in dit kader de bepalingen van deze verordening, alsook de instructies op de ondergrondse inzamelsystemen in acht.

§3. De inwerpopeningen van de ondergrondse inzamelsystemen dienen na elk gebruik zorgvuldig gesloten te worden.

Art. 307septies

Het is verboden :

  1. afvalstoffen die groter zijn dan de opening van de inwerpopening, in de ondergrondse inzamelsystemen te deponeren.
  2. naast de ondergrondse inzamelsystemen afvalstoffen, van welke aard ook, achter te laten, ook al zijn ze volledig gevuld. Dit wordt beschouwd als sluikstorten.

Art. 307octies

Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval via ondergrondse inzamelsystemen mag uitsluitend via de afvalintercommunale IMOG gebeuren.

Punt 8

De wijziging aan het Begrippenkader van het Algemeen Deel van de APV als volgt goed te keuren :

1)  schrapping van de begrippen containerpark en huisvuil

2)  wijziging van de hiernavolgende bestaande begripsomschrijvingen :

Bladkorven

= Alle op het openbaar domein ingerichte inzamelplaatsen, ongeacht hun uiterlijke vorm of vervaardigingswijze, die uitsluitend bestemd zijn voor het verzamelen van openbaar bladafval, zoals bijvoorbeeld afgevallen straat- en laanbladeren op de stoep. Zij kunnen onder meer – doch niet exhaustief – bestaan uit een volledig omsloten zijkant in gaas- of hekwerk, een niet volledig omsloten zijkant in werfhekkens, enz.

Grofvuil

= Alle afvalstoffen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht, niet in een recipiënt voor huisvuilophaling kunnen geborgen worden, zoals groot niet-herbruikbaar speelgoed, matten en tapijten, vloerbekleding, meubels, sofa’s en zetels, enz., doch met uitzondering van : afgedankte elektrische en elektronische apparaten, recycleerbare materialen, asbesthoudend materiaal, stookolietanks, spoorwegbielzen, bouw- en sloopafval en klein gevaarlijk afval.

Huishoudelijke afvalstoffen

= alle afvalstoffen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding, die in een door deze verordening voorgeschreven recipiënt voor selectieve inzameling mogen geborgen worden.

P.M.D.-afval

= de harde plastic verpakkingen (inclusief de plastic schroefdoppen en deksels) en zachte plastic verpakkingsfolies en zakken, metalen verpakkingen (inclusief kroonkurken, metalen deksels en schroefdoppen) en drankkartons, allen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.

Worden evenwel niet als P.M.D.-afval beschouwd :

  • verpakkingen bestaande uit een mix van materialen;
  • verpakkingen met een kindveilige dop;
  • verpakkingen met de gevaarspictogrammen “gezondheidsgevaarlijk lange termijn” of “acuut giftig”;
  • verpakkingen van motorolie, smeermiddelen, lijm, pesticiden, verf of vernis;
  • siliconenkits;
  • piepschuim;
  • verpakkingen met een grotere inhoud dan 8 liter;
  • plastic voorwerpen die geen verpakking zijn.

Textielafval

= alle al dan niet gescheurd(e) of beschadigd(e) kledij, lederwaren, (bv. schoeisel, handtassen en broeksriemen), beddengoed, woningtextiel (bv. gordijnen, tafelkleden,…), speelgoedknuffels, lappen, lompen, enz., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.

Verpakkingsglas

= doorzichtig hol glas van flessen, bokalen en flacons van dranken, voedingswaren en cosmetica, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit.

Worden bijgevolg onder meer niet als verpakkingsglas beschouwd : drinkglazen, vaatwerk, vazen, deksels, doppen, hittebestendig glas (zoals ovenschotels en kookplaten), plexiglas, porselein en aardewerk, stenen flessen en kruiken, opaalglas en kristal, vlak glas (zoals ruiten en spiegels), gewapend glas, serreglas, rookglas, spiegelglas, alle types van lampen, enz.

3) toevoeging van de hiernavolgende begripsomschrijvingen aan de bestaande begrippenlijst :

GF(t)/keukenafval

= groenten-, fruit-, tuin- en keukenafval, afkomstig van huishoudens. Concreet gaat het onder meer om alle groente- en fruitafval, etensresten (bv. brood, eierschalen, kaaskorsten, sausresten,…) en kleine hoeveelheden tuinafval (bv. bloemen, terrasplanten,…), ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding.

Occasioneel afval

= kleine afvalfracties, afkomstig van voorbijgangers die onderweg producten of goederen consumeren, zoals papier, snoepverpakkingen, vruchtenschillen, dozen, blikjes,…

(Semi-)ondergrondse inzamelsystemen

= installaties voor afvalstoffenbeheer die worden gekenmerkt door een klein, bovengronds gedeelte met inwerpopening en een grotere, ondergrondse opslagruimte. Zij zijn bedoeld als alternatief voor de selectieve huis-aan-huis-inzameling van huishoudelijk restafval, PMD-afval, glas en papier en karton.

(Diftar-)recyclagepark

= een inrichting, op grond van een intergemeentelijk samenwerkingsverband uitgebaat door de afvalintercommunale IMOG, die tot doel heeft om de gescheiden inzameling van huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen mogelijk te maken met het oog op de maximale recyclage van deze afvalstoffen.

Restafval

= alle afvalstoffen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, die in de voorgeschreven recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van alle selectief ingezamelde afvalstoffen.

Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen

= alle afvalstoffen, ontstaan uit de exploitatie van een onderneming, die in een door deze verordening voorgeschreven recipiënt voor selectieve inzameling mogen geborgen worden en naar aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.

De maximale aanbiedingshoeveelheden, die in deze verordening per afvaltype worden opgelegd in het kader van de huis-aan-huis inzameling, zijn van toepassing. Specifiek voor restafval geldt een maximum van drie restafvalzakken van max. 15 kg per afvalzak of één diftar-container van 22,5 kg per afleveringsadres en per ophaalronde.