Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen vast te stellen, op te heffen of te wijzigen.
De stad blijft ondernemerschap stimuleren en ondersteunen maar wil met beleidsplan ‘Kortrijk met brio’ meer inzetten op beheersing van veiligheid en ondernemers/evenementen die een impact hebben op de draagkracht en leefbaarheid van de onmiddellijke omgeving. Op basis van een analyse van data uit het meldpunt 1777 van de stad en data die door politiediensten werd verzameld in het kader van hun opdracht van bestuurlijke en/of gerechtelijke politie en op basis van geldende regelgeving ter beschikking werd gesteld van de burgemeester, stellen we vast dat bepaalde ondernemersvormen door hun activiteit of door hun specifieke openingsuren overlast met zich meebrengen.
Data uit de gecoördineerde controles en onderzoek van de laatste 5 jaar leert de stad
dat ondernemers die voorwerp zijn van dit reglement bij controle in het beste geval slechts in 30% van de gevallen in regel is met wettelijke bepalingen van toepassing op hun activiteit. Bij handcarwash betreft dit slecht 8% en shisha 0%.
dat de 42 ondernemers die voorwerp zijn van dit reglement in die controles meermaals werden gecontroleerd en samen 76 overtredingen genereerden. In grote lijnen en dalende orde vooral inbreuken op tewerkstelling (zwart werk, sociale fraude, schijnzelfstandigheid, tewerkstelling illegalen), wettelijke vereisten (wetgeving alcohol, tabak, milieu, economische vereisten zoals kasboek-correcte etikettering..), verkoop/aanbieden van niet conforme of illegale producten, verboden wapens…
dat in gevolg van de vaststellingen al bestuurlijke aanhoudingen werden verricht, verdere onderzoeken lopen en zaken bestuurlijk werden gesloten.
dat in een minderheid van de gevallen een controle de ondernemer heeft aangezet om bij een volgende controle wel conform de vereisten te werken.
dat bij nader onderzoek sterfhuisconstructies worden opgezet, overnames en registraties in de Kruispuntbank voor ondernemers niet worden aangegeven, een aantal ondernemingen al jaren verlieslatend zijn maar blijven bestaan.
Data uit meldpunt en meldingen die bij dienst economie binnenkomen, tonen aan dat de hinder door overlast van afval, sluikstort, nachtlawaai jaar na jaar stijgen door de organisatie of concentratie van bepaalde ondernemingsvormen.
Dagbladwinkels met ruimere openingsuren zoals werd toegevoegd in de wet op openingsuren betreft een gelijkaardige activiteit zoals nachtwinkels en wordt daarom in dezelfde lijn als deze nachtwinkel behandeld.
De stad wil ondernemerschap via een bredere aanpak met meerdere instrumenten blijven stimuleren om in relatie met de omgeving te functioneren. Naast de aanpassing van openingsuren in toeristische zone, een meldingsplicht voor nieuwe ondernemingen, de instrumenten vestigings- en uitbatingsvergunning, afspraken opgenomen in de Algemene Politieverordening voert de stad ook deze belastingen in. Via de belasting wordt bijgedragen aan de kosten die extra politietoezicht en -controle, stedelijke tussenkomsten in netheid, klachtenonderzoek en -behandeling met zich meebrengen.
De stad heft deze belasting in het kader van de financiële toestand van de gemeente.
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 36 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
Het belastingreglement op nachtwinkels, clubvzw’s, shishabars, handcarwashes en dagbladwinkels met ruimere openingsuren als volgt vast te stellen:
Artikel 1:
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een vestigingsbelasting en uitbatingsbelasting geheven op nachtwinkels, clubvzw’s, shishabars, handcarwashes en dagbladwinkels met ruimere openingsuren.
Artikel 2:
Voor de toepassing van dit belastingreglement zijn de hieronder vermelde begripsomschrijvingen van toepassing zoals voorzien in de vigerende algemene politieverordening, specifiek het Stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings-en uitbatingsvergunning.
§1 Clubhuis/Clubvzw: vzw’s en feitelijke verenigingen die een drank- en/of eetgelegenheid uitbaten die voor het publiek toegankelijk is, ook al wordt het publiek er slechts onder bepaalde voorwaarden (kosteloos, tegen betaling of op vertoon van een lidkaart) toegelaten.
Vallen buiten het toepassingsgebied van dit reglement:
a) vzw’s en feitelijke verenigingen die geen drank- en of eetgelegenheid uitbaten;
b) volgende vzw’s en feitelijke verenigingen, zelfs als ze een drank-of eetgelegenheid uitbaten:
vzw’s en feitelijke verenigingen die werden opgericht door het stadsbestuur en/of het OCMW en waarop de gemeentelijke organen (gemeenteraad, college van burgemeester en schepenen) controle uitoefenen;
vzw’s en feitelijke verenigingen die gebruikmaken van een lokaal of ruimte die door het stadsbestuur wordt ter beschikking gesteld onder welke juridische vorm ook (concessie, huur, erfpacht, enz);
vzw’s opgericht voor ziekenhuizen en ziekenhuisgebonden activiteiten voor rust- en verzorgings-tehuizen, vakbonden, werkgevers- en middenstandsorganisaties, scholengemeenschappen, parochies;
occasionele drank- en/of eetgelegenheden geopend op plaatsen waar openbare manifestaties plaatsvinden zoals sportieve, politieke en culturele manifestaties;
reizende drank- en/of eetgelegenheden gehouden in kramen, tenten of andere inrichtingen, die van de ene naar de andere plaats worden overgebracht;
§2 Dagbladwinkel met ruimere openingsuren: een vestigingseenheid, zoals bedoeld in artikel 16, §2, eerste lid, a) van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening openingsuren, voor zover de toegang van de consument tot de vestigingseenheid en de verkoop van producten aan consumenten ook vóór 5u00 en/of ná 21u00 plaatsvinden.
§3 Nachtwinkel: iedere vestigingseenheid die:
a) ingeschreven is in KBO uitsluitend onder de verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen en/of in de praktijk die activiteit uitvoert en open is tussen 18u00 en 7u00
b) geen andere activiteit uitoefent dan bovenstaande omschrijving
c) een maximum netto verkoopoppervlakte heeft van 150m²
d) op duidelijke en permanente manier de vermelding “Nachtwinkel” draagt
§4 Shishabar: een publiek toegankelijke inrichting met stedenbouwkundige functie “horeca”, onder meer bestemd om waterpijp te roken, ook al is dit sporadisch. Onder waterpijp wordt verstaan een apparaat om te roken via een vloeistofreservoir. Een shishabar wordt altijd beschouwd als een horecazaak.
§5 Handcarwash: iedere voor het publiek toegankelijke inrichting zonder vaste inrichting met industriële wastechnieken waar in hoofdactiviteit motorvoertuigen van derden manueel worden gewassen/ gepoetst en/of worden behandeld met beschermingsmiddelen zoals waxen e.d.
Artikel 3:
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel, clubvzw’s, shishabar, handcarwash en dagbladwinkel met ruimere openingsuren.
Artikel 4:
§1 De vestigingsbelasting is een éénmalige belasting en wordt voor het aanslagjaar 2026 vastgesteld op € 5.000 en is verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel, shishabar, clubvzw , handcarwash of dagbladwinkel met ruimere openingsuren.
Conform het stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning is elke wijziging van uitbating gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
§2 De uitbatingsbelasting is een jaarlijkse belasting en wordt voor het aanslagjaar 2026 vastgesteld op € 1.800 per nachtwinkel, shishabar, clubvzw, handcarwash of dagbladwinkel met ruimere openingsuren.
Het bedrag van beide belastingen wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex via onderstaande formule:
Artikel 5:
§1 De vestigingsbelasting en uitbatingsbelasting zijn ondeelbaar en verschuldigd voor het ganse aanslagjaar.
Een eventuele stopzetting of vermindering van activiteit geven geen aanleiding tot belastingvermindering.
§2 De uitbatingsbelasting gaat in vanaf het aanslagjaar volgend op het aanslagjaar van inkohiering van de vestigingsbelasting, of bij gebreke hiervan vanaf de inwerkingtreding van het belastingreglement.
Artikel 6:
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 7:
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting van toepassing zoals inzake rijksbelastingen op de inkomsten.
Artikel 8:
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen (t.a.v. directie Financiën). Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging. De indiening moet op straffe van verval gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Het bezwaarschrift kan ook online worden ingediend via de website van stad Kortrijk in zover in deze mogelijkheid wordt voorzien en binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in dit artikel. Meldingen via andere duurzame dragers zoals e-mail worden niet als bezwaarschrift aanvaard.
Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.