De APV van de stad - en bij uitbreiding haar "boekje der bijlagen" - betreft een waardevol beleidsondersteunend instrument, dat bij voorkeur periodiek geactualiseerd wordt. Een dergelijke aanpak laat de stad immers toe om haar lokale regelgeving up-to-date te houden in het licht van 1) de maatschappelijke noden en evoluties en 2) wijzigende hogere regelgeving, waarmee lokale regelgeving steeds in overeenstemming dient te zijn.
Uit een recente analyse van data, aangeleverd door zowel het meldpunt 1777 van de stad als de politiezone VLAS - en dewelke deze laatste verzameld heeft in het kader van haar opdracht van bestuurlijke en/of gerechtelijke politie en op basis van geldende regelgeving ter beschikking gesteld heeft van de burgemeester - is gebleken dat bepaalde ondernemingsvormen door hun activiteit of door hun specifieke openingsuren een rechtstreekse negatieve impact hebben op de mobiliteit, veiligheid en draagkracht in bepaalde stadsdelen.
Zo leren data, voortspruitend uit de gecoördineerde controles en onderzoeken van de laatste 5 jaar, dat :
Bovendien is uit data, afkomstig van het meldpunt 1777, alsook van rechtstreeks bij de "dienst economie" binnengekomen meldingen, gebleken dat de hinder door overlast van afval, sluikstort, nachtlawaai jaar na jaar stijgt door de organisatie of concentratie van bepaalde ondernemingsvormen.
De stad wil ondernemerschap via een bredere aanpak met meerdere instrumenten blijven stimuleren om in relatie met de omgeving te functioneren. Deze instrumenten bestaan concreet in :
1. Motivering voor de toevoeging van "Afdeling 4. (Geluids)hinder aan handelszaken" onder "HOOFDSTUK 1. Geluidsoverlast" van de tweede titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook voor de toevoeging van de nieuwe artikelen 176bis en 176ter onder deze nieuwe afdeling
Dit voorstel kadert in de uitbreiding van het bestaande handhavingspalet aan APV-regels. Hoewel de stad maximaal streeft naar een preventieve overlastbeperking door controle te houden op (voedings)handelszaken met avondlijke en nachtelijke openingsuren, waarvan de jongste tijd op aantoonbare wijze is komen vast te staan dat zij vaak gebruikt worden als ontmoetingsplaatsen, valt het bestaan van een gelijktijdige en gedegen repressieve aanpak nooit volledig uit te sluiten.
Samenscholingen in en aan dergelijke handelszaken leiden voornamelijk tot overlast in de vorm van geluidshinder, zwerfvuil afkomstig van ter plaatse aangekochte en onmiddellijk geconsumeerde verbruiksgoederen en verhindering van de vrije doorgang op de openbare weg. Bovendien creëert de aanblik van dergelijke samenscholingen een subjectief onveiligheidsgevoel bij het betreden van de betrokken handelszaken.
Het spreekt voor zich dat de APV van de stad Kortrijk op vandaag al enkele nuttige repressieve instrumenten kent om de bovenstaande problemen zo veel als mogelijk het hoofd te bieden, zoals :
-> Op het vlak van samenscholing
-> Op het vlak van geluidshinder
-> Op het vlak van sluikstort
Dit neemt evenwel niet weg dat het aanbeveling verdient om sommige van deze principes in het Bijzonder deel van de APV verder "te finetunen", specifiek gericht op de thans voorliggende kwestie. Immers, zo bijvoorbeeld kadert art. 1 veeleer in de context van deelnames aan niet-vergunde festiviteiten, optochten, enz... en houdt art. 14 uitsluitend een verbod in voor zover er sprake is van bewoning binnen een straal van 50 meter rond het voertuig.
Dit voorstel tracht de bestaande middelen te optimaliseren door thans te voorzien in een kleinschalig "manifestatieverbod" en door het verbod op het draaiende houden van voertuigmotoren niet langer te koppelen aan de vraag of er effectieve bewoning in de buurt is.
Ingevolge de toepassing van de artikelen 429 t.e.m. 431 van de APV worden deze nieuwe en/of bijgevijlde bepalingen meteen ook gekoppeld aan het klassieke administratieve sanctiekader.
De nieuwe afdeling en haar bepalingen worden als volgt ingevoegd :
[Afdeling 4. (Geluids)hinder ter hoogte van handelszaken
Art. 176bis
§1. Uitbaters die hun vestigingseenheid (verder) uitbaten tussen 18u00 en 7u00 en wiens vestigingseenheid reeds meermaals het voorwerp was van een klacht bij en/of vaststelling door de stad of de politiediensten wegens daden van publieke overlast in de zin van deze verordening, dienen er op toe te zien dat in (de onmiddellijke omgeving van) hun vestigingseenheid :
Het vorige lid doet evenwel geen afbreuk aan de persoonlijke aansprakelijkheid van de samenscholende en/of consumerende personen ingeval van niet-naleving van de verboden die het oplegt.
§2. Deze verboden zijn niet van toepassing voor zover de samenscholing en/of de consumptie plaatsvinden :
Art. 176ter
Het is verboden voertuigen draaiende te houden, terwijl het voertuig geparkeerd staat in de onmiddellijke omgeving van een handelszaak en de bestuurder en/of passagier(s) de betreffende handelszaak aan het bezoeken is/zijn.]
2. Motivering voor de wijziging van de naam van "HOOFDSTUK 1BIS. Opstart van nieuwe handelszaak" onder de achtste titel van het Bijzonder deel van de APV "TITEL 8. HANDEL" van het Bijzonder Deel van de APV
De onder dit punt voorgestelde wijziging is zuiver van formele aard, teneinde toe te laten onder de achtste titel een duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen de uitbatingswijze van enerzijds klassieke handelszaken en anderzijds handelszaken, waarbij er, op grond van objectieve parameters, een verhoogd risico op openbare overlast bestaat.
De naam van hoofdstuk 1bis onder titel 8 van het Bijzonder deel van de APV wordt als volgt gewijzigd :
HOOFDSTUK 1BIS. Opstart [en uitbating] van nieuwe handelszaak [publiek toegankelijke ondernemingen]
[...]
3. Motivering voor de toevoeging van het nieuwe art. 355ter
De stad draagt ondernemerschap hoog in het vaandel, doch tracht - in de uitvoering van haar ondersteunende rol - de draagkracht en leefbaarheid van de gemeenschap niet uit het oog te verliezen. De gemeenteraad wordt daarom gevraagd in te stemmen met de invoering van een aanmeldingsprocedé, bestemd voor alle nieuwe publiek toegankelijke ondernemingen. Een dergelijk mechanisme zal de stad in staat stellen om nieuwe ondernemers, indien zij dit wensen, bij te staan in alle administratieve beslommeringen en tegelijkertijd een goed (over)zicht te behouden op nieuwe handelsactiviteiten op haar grondgebied, zodat zij de impact op de omgeving, mobiliteit en openbare veiligheid kan inschatten.
Bovendien zal de stad op deze wijze doeltreffender kunnen nagaan of nieuwe publiek toegankelijke ondernemingen voldoen aan de geldende regelgeving en beschikken over de noodzakelijke vergunningen, zoals bv. een drankvergunning wanneer het de bedoeling zou zijn om alcoholische dranken aan te bieden.
De inhoud van het nieuwe art. 355quater luidt als volgt :
[Art. 355ter
Eenieder die een publiek toegankelijke onderneming (bv. een handelszaak, dienstverlening, winkel, horecazaak, recreatie,…) wenst op te starten, dient zich, voorafgaand aan de huur of aankoop van het onroerend goed waarin de exploitatie beoogd wordt, verplicht aan te melden bij de bevoegde overheid via een digitaal aanmeldingsformulier dat terug te vinden is op Onderneem in Kortrijk, teneinde de stad toe te laten :
4. Motivering voor de toevoeging van het nieuwe art. 355quater
Op grond van artikel 17, eerste lid van de Openingsurenwet, zijn dagwinkels die gevestigd zijn in toeristische centra, niet gebonden aan de in artikel 6, a) en b) van diezelfde wet bepaalde openingsuren voor dagwinkels die erbuiten gevestigd zijn. Vermits artikel 17, eerste lid daarbij niet in één adem melding maakt van afwijkende tijdstippen, genoten handelszaken in toeristische centra van de stad lange tijd van het wettelijke privilege om 24/24 en 7/7 de deuren te mogen openen.
Bij wet van 1 april 2016 werd, met toevoeging van een tweede en derde lid aan dit artikel 17, een matiging aangebracht aan de verregaande openingsmogelijkheden van dergelijke dagwinkels. Voortaan zouden lokale besturen, middels de uitvaardiging van gemeentelijke reglementen, de mogelijkheid - doch geenszins de verplichting - hebben om verplichte sluitingsuren aan deze groep handelszaken op te leggen, doch daarbij rekening houdende met het feit dat :
Gelet op de stijgende graad van overlast aan diverse in de toeristische zone van de stad Kortrijk gelegen handelszaken, wordt voorgesteld om vanaf heden gebruik te maken van deze wettelijke mogelijkheid en dit met het doel om de nachtelijke draagkracht van het stadscentrum maximaal te waarborgen. Het door wet vereiste lokale reglement daartoe wordt als bijlage gevoegd aan onderhavige nota en nader aangehaald onder punt 5. van deze nota. De verwijzing ernaar onder het thans bedoelde, nieuw toe te voegen art. 355ter van de APV is essentieel om inbreuken, met toepassing van de artikelen 429 t.e.m. 431 van de APV, te kunnen beteugelen met een G.A.S.
De inhoud van het nieuwe art. 355quater luidt als volgt :
[Art. 355quater
Indien vestigingseenheden van kleinhandel in de zin van artikel 2, 1° en 6° gevestigd zijn binnen de toeristische zone van de stad, dienen zij de minimale sluitingsuren, zoals bepaald in het “Stedelijk reglement betreffende de openingsuren van binnen de toeristische zone gevestigde kleinhandel” (zie bijlage XXII), te respecteren.]
5. Motivering voor de wijziging van de naam en verdere indeling van "HOOFDSTUK 2. Nachtwinkels, shishabars, private bureaus voor telecommunicatie en clubvzw's" onder de achtste titel van het Bijzonder deel van de APV "TITEL 8. HANDEL" van het Bijzonder Deel van de APV, alsook voor de (i) opheffing van art. 356, (ii) wijziging van art. 357, (iii) toevoeging van de nieuwe artikelen 357bis t.e.m. 357quinquies en (iv) opheffing van 358
1.
Met betrekking tot de opstart van een nachtwinkel, shishabar, privaat bureau voor telecommunicatie en clubvzw, maakt de stad op vandaag reeds gebruik van de beperkende uitbatingsvoorwaarden die een lokaal bestuur ter zake, krachtens artikel 18 van de Openingsurenwet, mag opleggen, te weten :
2.
Bij wet van 5 december 2023 werd de toepassingsmogelijkheid van dit artikel 18 verder opengetrokken naar alle handelszaken waarvan de verkoop van één van de volgende productgroepen minstens 50% van het jaarlijkse zakencijfer vertegenwoordigt :
a) kranten, tijdschriften, tabak en rookwaren, telefoonkaarten en producten van de Nationale Loterij, zulks onverminderd artikel 18;
b) dragers van audiovisuele werken en videospelen, alsook de verhuur ervan, zulks onverminderd artikel 18;
c) brandstof en olie voor autovoertuigen;
d) consumptie-ijs in individuele porties;
e) voedingswaren die in de vestigingseenheid worden bereid en er niet worden verbruikt.
Uit de parlementaire voorbereidingen blijkt dat de insteek van deze wetswijziging erin bestond om het welbepaalde dagbladwinkels, die zich, ingevolge het gunstregime inzake openingsuren dat van toepassing is binnen de toeristische zone, in de praktijk gedroegen als nachtwinkels en bijgevolg hetzelfde risico voor de openbare orde en draagkracht van de omgeving genereerden, onmogelijk te maken om nog langer gebruik te maken van achterpoortjes als ontsnappingsroute voor alle verplichtingen waaraan een nachtwinkel dient te voldoen.
Ook de stad Kortrijk wordt de jongste tijd meer en meer geconfronteerd met dergelijke "schijndagbladwinkels" en wil vermijden dat het risico zich eenvoudigweg zou verplaatsen. Te dien einde wordt voorgesteld om het bestaande toepassingsgebied van de procedure inzake uitbatingsvergunningen, alsook dat van de locatiebeperkingen in de APV uit te breiden tot de hierboven bedoelde groep van dagbladwinkels die geopend zijn vóór 5u00 en na 21u00.
3.
De verdere uitbreiding van uitbatingsbeperkende maatregelen naar handcarwashes en barbershops is gerechtvaardigd, van zodra kan aangetoond worden dat er een objectief risico voor de openbare orde, veiligheid en/of rust kan aangetoond worden. Onder de titel "Context" van onderhavige nota werd reeds een uiteenzetting met overzicht geboden van alle inbreuken die - onder andere - binnen deze sectoren werden vastgesteld. Het is duidelijk dat er een objectief risico bestaat op ondermijning van de bestaande maatschappelijke normen en waarden en daarbij de betrokken sectoren binnen ons economisch bestel - onder meer ingevolge de ontwikkeling van oneerlijke concurrentievormen - op losse schroeven worden gezet.
4.
Nieuw is dat de stad Kortrijk - benevens een controle op de persoon van uitbater en op de exploitatiewijze via de uitbatingsvergunning - voortaan ook een voorafgaandelijke controle zal kunnen uitvoeren op het onroerend goed, waarin men beoogt de exploitatie te laten plaatsvinden, en zulks middels de zogenaamde vestigingsvergunning. Zeer concreet kan deze vergunning een nuttig instrument zijn bij de controle van :
--> de "verboden straal", waarbinnen geen gelijkaardige handelszaak mag opgericht worden (voormalig art. 357 van de APV - thans art. 6 van het nieuwe "Stedelijke Reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning" (zie punt 6. van deze nota));
--> de ruimtelijke uitsluitingsregels, zoals vervat in de nieuw toe te voegen artikelen 357bis en 357quater van de APV, ter vrijwaring van de maatschappelijke draagkracht van de daarin genoemde stadsdelen en gebieden.
De nadere regels rond vestigings- en uitbatingsvergunningen worden uiteengezet in het als bijlage bij deze nota gevoegde "Stedelijke Reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning" (zie punt 6. van deze nota). De keuze voor een apart reglement in plaats van een integrale herwerking van het bestaande artikel 357, spruit niet alleen voort uit de in art. 18 van de Openingsurenwet gebruikte bewoordingen, maar bovendien uit het gegeven dat het overgrote deel der bepalingen nooit met een G.A.S. zullen bestraft worden, gelet op hun zuiver procedurele aard. De sanctie voor het niet correct volgen van de aanvraagprocedure is uitsluitend de niet-aflevering van de beoogde vergunning.
5.
Tot slot wordt nog meegegeven dat :
Deze ganse passage wordt als volgt gewijzigd :
HOOFDSTUK 2. Nachtwinkels, shishabars, private bureaus voor telecommunicatie en club-vzw’s [Opstart en uitbating van enkele specifieke kleinhandelsvormen]
Afdeling 1. Toepassingsgebied
Art. 356
Deze verordening is van toepassing op alle nieuw te openen en bestaande vestigingseenheden op het grondgebied van de gemeente Kortrijk die, rekening houdend met de begripsomschrijvingen, worden beschouwd als een *nachtwinkel, een *shishabar, een *privaat bureau voor telecommunicatie of * een club-vzw.
[Opgeheven]
Afdeling 2. Uitbatingsvergunning [Nachtwinkels, dagbladwinkels met ruimere openingsuren, shishabars, clubvzw's en handcarwashes]
Art. 357
§1. De uitbating van de nachtwinkels, shishabars, private bureaus voor telecommunicatie en club-vzw’s is onderworpen aan een voorafgaande vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen.
§2. Voor de nachtwinkels, shishabars, private bureaus voor telecommunicatie en club-vzw’s die worden opgericht na de inwerkingtreding van deze verordening, moet de *uitbater voorafgaand aan de uitbating een vergunning kunnen voorleggen.
§3. De uitbatingvergunning wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen en kan enkel worden verleend na een administratief onderzoek dat volgende componenten bevat:
Voor de nachtwinkels, shishabars, private bureaus voor telecommunicatie en club-vzw's:
1° een brandveiligheidsonderzoek : een onderzoek of de *vestigingseenheid waar de handelsactiviteit wordt uitgeoefend, voldoet aan de minimumnormen inzake brandpreventie;
2° een financieel onderzoek : een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde stadsfacturen en aanslagbiljetten, van welke aard ook, die betrekking hebben op de vestigingseenheid en de uitbater;
3° een stedenbouwkundig onderzoek : een onderzoek naar de stedenbouwkundige conformiteit van de vestigingseenheid waarbij wordt onderzocht of de vestigingseenheid beschikt over de benodigde stedenbouwkundige vergunningen en in overeenstemming is met de geldende stedenbouwkundige voorschriften;
4° een moraliteitsonderzoek bestaande uit:
a) een onderzoek naar ernstige aanwijzingen, vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, voor inbreuken op de zedelijkheid voor het exploiteren van een drankgelegenheid zoals bepaald in de WETSBEPALINGEN van 3 april 1953 inzake de slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953, en het Koninklijk Besluit van 4 april 1953 tot regeling van de uitvoering van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953;
b) een onderzoek naar recente ernstige aanwijzingen, vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, voor inbreuken op de wet op het racisme en of de xenofobie en of tegen de drugswetgeving en of een veroordeling opgelopen wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van de politie of andere overheidsdiensten;
c) onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
d) een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt;
Het moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, op de uitbater, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen, een uittreksel uit het strafregister van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald.
Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook deelnemen of zullen deelnemen aan de uitbating van de instelling, dient de uitbater aan te tonen dat niemand van hen valt onder de weigeringsgronden verwoord onder a) t.e.m. d).
Alle voormelde personen dienen het bewijs te leveren van hun identiteitsgegevens, met inbegrip van een officiële woonplaats.
5° een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten : een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (inclusief beroepskaart) of enige andere vergunning die wettelijk voorgeschreven is.
Bijkomend voor de shishabars en de club-vzw's:
6° een onderzoek naar de hygiëne
Bijkomend enkel voor de shishabars:
7° (Shishabars) een onderzoek of er voldaan is aan de voorwaarden in het kader van de rookwetgeving en de publieke gezondheid:
Bijkomend enkel voor de club-vzw's:
7° (Club-vzw's) een onderzoek naar de compatibiliteit met de VZW-wetgeving:
§4. Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning voor de uitbating van een nachtwinkel of een shishabar of van een privaat bureau voor telecommunicatie of van een club-vzw weigeren op grond van de ruimtelijke ligging van de handelszaak of van de handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust.
§5. Eenieder die een nachtwinkel of een shishabar of een privaat bureau voor telecommunicatie of een club-vzw wenst uit te baten, moet minstens twee maanden voor de opening een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier voor een uitbatingvergunning bezorgen aan het gemeentebestuur:
1° een kopie van de identiteitskaart van elkeen die bij de uitbating betrokken is;
2° een attest van overeenstemming met het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, uitgereikt door een instelling die wordt erkend door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.
3° een door een erkend ondernemersloket afgeleverd document met vermelding van het ondernemingsnummer;
4° een kopie van de statuten van de handelszaak met de stempel van de griffie van de rechtbank van koophandel;
5° in voorkomend geval, een kopie van de aanvraag tot vergunning voor de vervaardiging of voor het in de handel brengen van voedingsmiddelen bij het *FAVV;
6° in voorkomend geval, een kopie van het huurcontract;
7° Een kopie van het aangifteformulier van de plaatsing en het gebruik van camerabewaking zoals voorzien is in artikel 6, §2 de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s (B.S. 31 mei 2007) en het KB van 2 juli 2008 betreffende de aangifte van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s (zie ook §15).
8° In voorkomend geval: een bewijs van de ingediende beroepsaangifte 108 voor de verkoop van tabak in de detailhandel
9° In voorkomend geval: een kopie van de vergunning voor de verkoop van ethylalcohol en alcoholhoudende dranken in de detailhandel
§6. Na indiening van een dossier bij de gemeente zal de gemeente binnen de 15 dagen de aanvraag al dan niet volledig en ontvankelijk verklaren. Het dossier kan enkel volledig en ontvankelijk worden verklaard indien alle in paragraaf 5 genoemde documenten werden overhandigd.
§7. Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen de 60 dagen, nadat het dossier volledig en ontvankelijk werd verklaard, of de uitbatingvergunning al dan niet definitief wordt.
§8. De uitbatingvergunning wordt verleend voor een termijn van maximum vier jaar.
Uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van voormelde termijn moet de uitbater, conform de bepalingen van §5 van dit artikel, schriftelijk een aanvraag indienen bij het college van burgemeester en schepenen tot hernieuwing van de uitbatingvergunning.
De uitbater die nalaat binnen de voormelde termijn een hernieuwing van de uitbatingvergunning aan te vragen, verliest zijn uitbatingvergunning op de vervaldag van de duurtijd.
De aanvraag tot hernieuwing van de uitbatingvergunning geldt als voorlopige vergunning tot de definitieve inwilliging of weigering wordt verleend.
Het college van burgemeester en schepenen kan de duurtijd van de vergunning beperken tot minder dan vier jaar. In voorkomend geval moet de duurtijd minstens één jaar bedragen.
§9. De vergunning vervalt van rechtswege, op het ogenblik dat de uitbating van de inrichting voor een periode van langer dan zes maanden feitelijk onderbroken is.
§10. Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen in de uitbatingvergunning bijzondere voorwaarden op te nemen afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.
§11. De uitbatingvergunning is geldig, te rekenen vanaf de datum van ondertekening door de burgemeester.
§12. De uitbatingvergunning wordt afgeleverd aan een uitbater voor een welbepaalde vestigingseenheid van nachtwinkel of shishabar of privaat bureau voor telecommunicatie of club-vzw en kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of worden overgedragen naar een andere vestigingseenheid.
§13. De uitbater is verplicht alle wijzigingen in de inrichting die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, onmiddellijk te melden aan het college van burgemeester en schepenen.
§14. De uitbatingvergunning moet steeds op eerste vordering van een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.
§15. De uitbater van een nachtwinkel, een privaat bureau voor telecommunicatie, een club-vzw of een shishabar moet tijdens het open houden van zijn inrichting minstens één bewakingscamera in werking hebben die duidelijk herkenbare beelden opneemt van iedere bezoeker en waarbij zowel de winkel- of gelagruimte én de toegangsdeur in beeld genomen worden. Ook een automatische tijdsregistratie is hierbij verplicht. De voorschriften vermeld in de wet van 21 maart 2007 (B.S 31 mei 2007) tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s alsmede de uitvoeringsbesluiten, zijn integraal van toepassing.
[Geen vestigingseenheid mag uitgebaat worden zonder voorafgaandelijke en rechtsgeldige vestigings- én uitbatingsvergunning, verleend door de bevoegde overheid.
De aanvraagprocedure en uitbatingsvoorwaarden worden geregeld in het “Stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning” (zie bijlage XXIII).
Art. 357bis
Teneinde de openbare orde, veiligheid en rust, alsook de leefbaarheid, mobiliteit, toegankelijkheid en draagkracht van welbepaalde stadsdelen en buurten maximaal te vrijwaren, mogen er :
Afdeling 3. Dagwinkels/minimarkets en kappers/barbiers in de toeristische zone of commerciële kernen
Art. 357ter
Geen vestigingseenheid mag uitgebaat worden zonder voorafgaandelijke en rechtsgeldige uitbatingsvergunning, verleend door de bevoegde overheid.
De aanvraagprocedure en uitbatingsvoorwaarden worden geregeld in het “Stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning” (zie bijlage XXIII).
Afdeling 4. CBD-shops
Art. 357quater
Teneinde de openbare orde, veiligheid en rust, alsook de draagkracht van welbepaalde stadsdelen en buurten maximaal te vrijwaren, mogen er geen vestigingseenheden opgestart worden in de commerciële kernen van de stad Kortrijk, zoals afgebakend in het beleidsplan “Kortrijk Handelt”.
Afdeling 5. Aanbieders van prepaid SIM- en herlaadkaarten
Art. 357quinquies
Detailhandelzaken die prepaid SIM- en herlaadkaarten die – op gelijk welke wijze – aanbieden, moeten te allen tijde in staat zijn om de bevoegde controle- en politiediensten de hiernavolgende stukken ter inzage voor te leggen :
Afdeling 3 [6]. Sluitingsuren van private bureaus voor telecommunicatie
Art. 358
In afwijking van artikel 6, d) van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, wordt de toegang van de consument tot private bureaus voor telecommunicatie verboden vóór 05u en na 23u. Een afschrift van deze openingsuren dient op een zichtbare plaats te worden opgehangen.
[Opgeheven]
6. Motivering voor de toevoeging van een nieuwe "Bijlage XXII. Stedelijk reglement betreffende de openingsuren van binnen de toeristische zone gevestigde kleinhandel" aan het boekje der bijlagen bij de APV
Verwijzend naar de motivering onder punt 3. van deze nota, behelst dit punt het nieuwe, bij de APV te voegen reglement inhoudende de concrete verplichting voor de bedoelde groep uitbaters om hun handelszaak voortaan minstens tussen 23u00 en 5u00 te sluiten.
(Gelet op de omvang van de onder dit punt voorgestelde wijzigingen, wordt voor een visualisatie van de wijzigingen verwezen naar de gemarkeerde tekst in bijlage bij deze nota, teneinde het overzicht van de inhoud van onderhavige nota te bewaren).
7. Motivering voor de toevoeging van een nieuwe "Bijlage XXIII. Stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning" aan het boekje der bijlagen bij de APV
Verwijzend naar de motivering onder punt 4. van deze nota, behelst dit punt het nieuwe, bij de APV te voegen reglement inhoudende :
Eén en ander gaat gepaard met een aanvulling van de lijst der bijlagen op het einde van de APV, alsook van de inhoudstafel van het Boekje der bijlagen.
(Gelet op de omvang van de onder dit punt voorgestelde wijzigingen, wordt voor een visualisatie van de wijzigingen verwezen naar de gemarkeerde tekst in bijlage bij deze nota, teneinde het overzicht van de inhoud van onderhavige nota te bewaren).
De raad gaat over tot de stemming in openbare zitting, waaraan 36 raadsleden deelnemen en waarvan de uitslag luidt als volgt:
De raad beslist het volgende:
De toevoeging van Afdeling 4. (Geluids)hinder aan handelszaken onder "HOOFDSTUK 1. Geluidsoverlast" van de tweede titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook van de nieuwe artikelen 176bis en 176ter van de APV als volgt goed te keuren :
Afdeling 4. (Geluids)hinder ter hoogte van handelszaken
Art. 176bis
§1. Uitbaters die hun vestigingseenheid (verder) uitbaten tussen 18u00 en 7u00 en wiens vestigingseenheid reeds meermaals het voorwerp was van een klacht bij en/of vaststelling door de stad of de politiediensten wegens daden van publieke overlast in de zin van deze verordening, dienen er op toe te zien dat in (de onmiddellijke omgeving van) hun vestigingseenheid :
Het vorige lid doet evenwel geen afbreuk aan de persoonlijke aansprakelijkheid van de samenscholende en/of consumerende personen ingeval van niet-naleving van de verboden die het oplegt.
§2. Deze verboden zijn niet van toepassing voor zover de samenscholing en/of de consumptie plaatsvinden :
Art. 176ter
Het is verboden voertuigen draaiende te houden, terwijl het voertuig geparkeerd staat in de onmiddellijke omgeving van een handelszaak en de bestuurder en/of passagier(s) de betreffende handelszaak aan het bezoeken is/zijn.
De naam van HOOFDSTUK 1BIS onder de achtste titel van het Bijzonder deel van de APV als volgt goed te keuren :
HOOFDSTUK 1BIS. Opstart en uitbating van handelszaken
[...]
De inhoud van artikel 355ter van de APV als volgt goed te keuren :
Art. 355ter
Eenieder die een publiek toegankelijke onderneming (bv. een handelszaak, dienstverlening, winkel, horecazaak, recreatie,…) wenst op te starten, dient zich, voorafgaand aan de huur of aankoop van het onroerend goed waarin de exploitatie beoogd wordt, verplicht aan te melden bij de bevoegde overheid via een digitaal aanmeldingsformulier dat terug te vinden is op Onderneem in Kortrijk, teneinde de stad toe te laten :
De inhoud van artikel 355quater van de APV als volgt goed te keuren :
Art. 355quater
Indien vestigingseenheden van kleinhandel in de zin van artikel 2, 1° en 6° gevestigd zijn binnen de toeristische zone van de stad, dienen zij de minimale sluitingsuren, zoals bepaald in het “Stedelijk reglement betreffende de openingsuren van binnen de toeristische zone gevestigde kleinhandel” (zie bijlage XXII), te respecteren.
De naam en de structuur van HOOFDSTUK 2 onder de achtste titel van het Bijzonder deel van de APV, alsook de inhoud van de artikelen 356, 357-357quinquies en 358 van de APV als volgt goed te keuren :
HOOFDSTUK 2. Opstart en uitbating van enkele specifieke kleinhandelsvormen
Afdeling 1. Toepassingsgebied
Art. 356
Opgeheven
Afdeling 2. Nachtwinkels, dagbladwinkels met ruimere openingsuren, shishabars, clubvzw's en handcarwashes
Art. 357
Geen vestigingseenheid mag uitgebaat worden zonder voorafgaandelijke en rechtsgeldige vestigings- én uitbatingsvergunning, verleend door de bevoegde overheid.
De aanvraagprocedure en uitbatingsvoorwaarden worden geregeld in het “Stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning” (zie bijlage XXIII).
Art. 357bis
Teneinde de openbare orde, veiligheid en rust, alsook de leefbaarheid, mobiliteit, toegankelijkheid en draagkracht van welbepaalde stadsdelen en buurten maximaal te vrijwaren, mogen er :
Afdeling 3. Dagwinkels/minimarkets en kappers/barbiers in de toeristische zone of commerciële kernen
Art. 357ter
Geen vestigingseenheid mag uitgebaat worden zonder voorafgaandelijke en rechtsgeldige uitbatingsvergunning, verleend door de bevoegde overheid.
De aanvraagprocedure en uitbatingsvoorwaarden worden geregeld in het “Stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning” (zie bijlage XXIII).
Afdeling 4. CBD-shops
Art. 357quater
Teneinde de openbare orde, veiligheid en rust, alsook de draagkracht van welbepaalde stadsdelen en buurten maximaal te vrijwaren, mogen er geen vestigingseenheden opgestart worden in de commerciële kernen van de stad Kortrijk, zoals afgebakend in het beleidsplan “Kortrijk Handelt”.
Afdeling 5. Aanbieders van prepaid SIM- en herlaadkaarten
Art. 357quinquies
Detailhandelszaken die prepaid SIM- en herlaadkaarten die – op gelijk welke wijze – aanbieden, moeten te allen tijde in staat zijn om de bevoegde controle- en politiediensten de hiernavolgende stukken ter inzage voor te leggen :
Afdeling 6. Sluitingsuren van private bureaus voor telecommunicatie
Art. 358
Opgeheven
De volledige tekst van de nieuwe, aan het boekje der bijlagen bij de APV gevoegde Bijlage XXII : Stedelijk reglement betreffende de openingsuren van binnen de toeristische zone gevestigde kleinhandel, goed te keuren, zoals verwerkt in het in bijlage gevoegde document "Bijlagen bij de APV - definitieve versie 20.10.2025".
De volledige tekst van de nieuwe, aan het boekje der bijlagen bij de APV gevoegde Bijlage XXIII : Stedelijk reglement betreffende de toekenning van een vestigings- en uitbatingsvergunning, goed te keuren, zoals verwerkt in het in bijlage gevoegde document "Bijlagen bij de APV - definitieve versie 20.10.2025".